Robert Adolf Vries: Dagboek met bijlagen, brieven, beschouwingen, in het kamp gemaakt gedicht en deel van processtuk van 19 april 1942 (Op doorslagpapier getypte tekst )
Bij aankomst op 7 april 1941 in het Oranjehotel moet de auteur, student in Delft, alles afgeven. Hij wordt verdacht van spionage. Dagelijks maakt hij korte notities. Er volgen verhoren. Het eten valt hem mee en hij doet aan gymnastiek om fit te blijven. Hij krijgt weinig verschoning maar mag zich scheren. Met dammen, schaken en lezen brengt hij de tijd door. De eerste 6 weken komen er veel nieuwe gevangenen bij, waaronder bekenden. Vrienden sturen hem lekkers en collegedictaten. Hij leest kranten, de bijbel en de klassieke schrijvers en leert steno. 26 Mei 1941 mag hij voor het eerst bezoek ontvangen. Het is zijn vriendin, die een foto en eten meebrengt. Zijn vader en moeder komen de volgende dag. Vaak zit hij te filosoferen over zijn houding en over het geloof. Hij probeert optimistisch te blijven. Met zijn celgenoot, die huilt en zenuwachtig is, heeft hij moeite, maar hij probeert hem te begrijpen en te helpen. Hij merkt dat het buiten lente wordt. 12 Juni 1941 hoort hij van medegevangenen dat er 200 vrouwen bijkomen, die volgens verhalen in hotels zijn gearresteerd. Hij wordt met 10 anderen verhoord. Ze worden per auto naar het Bezuidenhout gebracht. Achteraf ergert hij zich aan zijn slappe houding tijdens de verhoren. De situatie in de gevangenis ervaart hij als lichter dan in het begin. Er komt vaker bezoek. Hij verlangt steeds meer naar zijn vriendin en moet vaker aan haar denken. Soms denkt hij terug aan zijn jeugd in Indië. Er komen brieven, die hem steun geven. Bij het doorlezen van brieven van zijn vriendin krijgt hij binnenpretjes. Brieven mag hij beantwoorden .Bezoek brengt kersen mee. In de kantine zijn suiker, spek, kaas en tomaten. 31 Juni krijgt hij een nieuwe celgenoot van 17 jaar oud. Hij somt zijn ruime rantsoen op. Hij zit nu 4 maanden. Men kan bij de kapper vaak even met elkaar praten en nieuwtjes horen. Er vliegen steeds vaker vliegtuigen over en er is vaker luchtalarm. Hij leest graag, een goede afleiding. Bij aankomst op 7 april 1941 in het Oranjehotel moet de auteur, student in Delft, alles afgeven. Hij wordt verdacht van spionage. Dagelijks maakt hij korte notities. Er volgen verhoren. Het eten valt hem mee en hij doet aan gymnastiek om fit te blijven. Hij krijgt weinig verschoning maar mag zich scheren. Met dammen, schaken en lezen brengt hij de tijd door. De eerste 6 weken komen er veel nieuwe gevangenen bij, waaronder bekenden. Vrienden sturen hem lekkers en collegedictaten. Hij leest kranten, de bijbel en de klassieke schrijvers en leert steno. 26 Mei 1941 mag hij voor het eerst bezoek ontvangen. Het is zijn vriendin, die een foto en eten meebrengt. Zijn vader en moeder komen de volgende dag. Vaak zit hij te filosoferen over zijn houding en over het geloof. Hij probeert optimistisch te blijven. Met zijn celgenoot, die huilt en zenuwachtig is, heeft hij moeite, maar hij probeert hem te begrijpen en te helpen. Hij merkt dat het buiten lente wordt. 12 Juni 1941 hoort hij van medegevangenen dat er 200 vrouwen bijkomen, die volgens verhalen in hotels zijn gearresteerd. Hij wordt met 10 anderen verhoord. Ze worden per auto naar het Bezuidenhout gebracht. Achteraf ergert hij zich aan zijn slappe houding tijdens de verhoren. De situatie in de gevangenis ervaart hij als lichter dan in het begin. Er komt vaker bezoek. Hij verlangt steeds meer naar zijn vriendin en moet vaker aan haar denken. Soms denkt hij terug aan zijn jeugd in Indië. Er komen brieven, die hem steun geven. Bij het doorlezen van brieven van zijn vriendin krijgt hij binnenpretjes. Brieven mag hij beantwoorden .Bezoek brengt kersen mee. In de kantine zijn suiker, spek, kaas en tomaten. 31 Juni krijgt hij een nieuwe celgenoot van 17 jaar oud. Hij somt zijn ruime rantsoen op. Hij zit nu 4 maanden. Men kan bij de kapper vaak even met elkaar praten en nieuwtjes horen. Er vliegen steeds vaker vliegtuigen over en er is vaker luchtalarm. Hij leest graag, een goede afleiding. De auteur was lid van de groep-Westerveld. Hij is bij het eerste OD-proces, op 19 april 1942, veroordeeld en in 3 mei 1942 in Sachsenhausen omgebracht. Auteur is de broer van de auteur van dagboek 1749, Erik J.de Vries. Bevat een foto in de bijlagen van de onthulling van het gedenkteken in Loenen, mei 1952.
- Collectie 244: Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek met bijlagen, brieven, beschouwingen, in het kamp gemaakt gedicht en deel van processtuk van 19 april 1942 (Op doorslagpapier getypte tekst )
- 1750
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer