Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Vrouwen en kunstroof: Marie Stern-Ebstein

De Duitse Joodse Albert Stern is mede-eigenaar van het goedlopende textielbedrijf Graumann & Stern. Zijn Duitse Joodse echtgenote Marie Stern-Ebstein is kunstliefhebber, het echtpaar heeft een grote kunstcollectie. Kan de kunstcollectie hun leven redden?

Janneke Jorna
Historicus

Odalisque van Matisse, die in 1941 verkocht is aan het Stedelijk Museum

Goede zaken

De Duitse Joodse broers Albert Abraham Stern en Siegbert Stern richten in 1888 met zakenpartner Julius Graumann in Berlijn Textilhaus Graumann & Stern op. Het wordt een van de grootste dameskleding fabrikanten van Duitsland. Na de Eerste Wereldoorlog gaan ze internationaal en breiden uit naar de Verenigde Staten en Europa. Er komt ook een Amsterdamse vestiging, geleid door de niet-Joodse Nederlander Lieuwe Bangma. Het zijn zakelijk goede jaren voor de broers.
Alberts echtgenote Marie heeft kunst gestudeerd en is groot liefhebber van hedendaagse kunst. Hun kunstcollectie bestaat onder meer uit werken van Matisse, Van Gogh en Liebermann. In 1930 wordt een schilderij van Matisse aangekocht: de Odalisque.

Tijden keren

In de jaren 30 vinden er grote veranderingen plaats. Albert gaat met pensioen en zijn zoon Wilhelm Stern neemt het bedrijf over. Dan komen de nazi’s aan de macht. Alberts broer en mede-eigenaar van Graumann & Stern Siegbert overlijdt in 1935. Het bedrijf wordt langzaam uitgekleed. Albert en Marie proberen te emigreren, ze overwegen onder meer Palestina. In 1937 emigreren Albert en Marie naar Nederland. Ook zoon Rudolf, schoondochter Elfriede en zoon Erich komen naar Nederland. Vanuit Nederland zijn Albert en Marie gedwongen hun huis in Berlijn onder de waarde te verkopen. Graumann & Stern wordt in 1938 geliquideerd en hun vermogen in Duitsland wordt in beslag genomen. Wat nog rest van hun vermogen en bezittingen dragen ze na de Duitse inval over aan de niet-Joodse Lieuwe Bangma om inbeslagname te voorkomen.

Rudolf Bernhard Stern (1911-1945)

Rudolf Bernhard Stern

Berlijn, 5 december 1911 - Buchenwald, 25 maart 1945

Het leven tijdens de oorlog van Rudolf Bernhard Stern

Bekijk persoon
1944
datum onbekend - 3 maart 1944

Gevangen in Kamp Westerbork

3 maart 1944 - datum onbekend

Getransporteerd naar Auschwitz

Vertrek pogingen

Albert en Marie verkrijgen het Haïtiaanse staatsburgerschap en doen nieuwe emigratiepogingen: de Verenigde Staten, Cuba, Mexico, Uruguay, Brazilië, Haiti en de Dominicaanse Republiek. Ook proberen ze huisraad en kunst te verkopen. De Matisse wordt op 19 juli 1941 voor 5.000 gulden, flink onder de werkelijke waarde, verkocht aan het Stedelijk Museum via Lieuwe Bangma.
Ondanks alle emigratiepogingen lukt het niet om te vertrekken. Toch ontkomen ze lange tijd aan deportatie, waarschijnlijk door hun Haïtiaanse staatsburgerschap en de serieuze migratiepogingen met hulp van familie vanuit de Verenigde Staten en Palestina. Vanaf februari 1944 zitten Albert en Marie gevangen in Kamp Westerbork. Albert gaat in maart 1944 naar interneringskamp Laufen en Marie naar interneringskamp Liebenau. Op 18 januari 1945 sterft Albert op 84-jarige leeftijd aan een longontsteking in interneringskamp Laufen. Marie wordt in april 1945 bevrijd in interneringskamp Biberach.

Verraad

Een deel van Alberts en Maries kinderen lukt het buiten het bereik van de nazi's te blijven: zoon Wilhelm vertrekt in 1933 naar Palestina en dochter Eva emigreert in 1936 naar Engeland. De naar Nederland geëmigreerde Erich, Rudolf en Elfriede wacht deportatie. Erich wordt gedeporteerd naar Theresienstadt en vanaf daar getransporteerd naar Auschwitz waar hij in oktober 1944 wordt vermoord. Rudolf duikt onder, tijdens de onderduik overlijdt zijn vrouw Elfriede in het kraambed. Hun pasgeboren dochter Erika Manuela Stern wordt opgevangen door Lieuwe Bangma. Ook hun zoon Martin Stern zit ondergedoken. Eerst wordt de onderduikplek van Rudolf verraden, hij wordt gedeporteerd naar Auschwitz en komt op 25 maart 1945 om in Buchenwald. Later worden ook de kinderen opgepakt. Erika en Martin worden gedeporteerd naar Theresienstadt, maar ze overleven. Erika en Martin emigreren uiteindelijk in 1951 naar hun tante Eva in Engeland, waar ook hun grootmoeder Marie sinds augustus 1945 woont. De werken die Lieuwe in bewaring heeft gehad voor Albert en Marie, waaronder een Van Gogh, geeft hij in 1946 terug aan Marie wanneer ze Nederland bezoekt.

Restitutie

In 2023 vragen de nabestaanden van Albert en Marie en het Stedelijk Museum om een advies over de restitutie van de Matisse. Er volgt een onderzoek naar de omstandigheden waaronder de Matisse uit het bezit van Albert en Marie is geraakt. De conclusie is dat het schilderij 'onvrijwillig is verloren door omstandigheden die direct verband houden met het naziregime'. Daarom wordt het schilderij in 2024 gerestitueerd aan de nabestaanden van Albert en Marie.

Ontvang onze nieuwsbrief
De Oorlogsbronnen.nl nieuwsbrief bevat een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
WO2NETMinisterie van volksgezondheid, welzijn en sport
Contact

Weesperstraat 107
1018 VN Amsterdam

info@oorlogsbronnen.nl
Deze website is bekroond met:Deze website is bekroond met 3 DIA awardsDeze website is bekroond met 4 Lovie awards