J. Lobstein: Dagboek, fotokopieen en computeruitdraai (met potlood in schoolschriftje geschreven tekst. In het schriftje staan op de eerste elf pagina's Hebreeuwse woordjes met de Nederlandse betekenis. De laatste pagina is geschreven op kampbriefpapier. Op het etiket van het schriftje staat: Hebreeuws Dr.Lobstein)
Op één bladzijde, gedateerd 25 juni 1943, schrijft de auteur (voormalig geneesheer - directeur van het ziekenhuis "Apeldoornsche Bosch") in een logboek korte notities over wensen van patiënten. Hij is dan vermoedelijk werkzaam in de ziekenbarakken in Westerbork. 15 Februari 1945 vertelt hij dat hij met zijn echtgenote een jaar in Bergen Belsen is. Het kamp wordt steeds voller door de ontruiming van de kampen in het oosten. De voeding wordt minder. Het sterftecijfer is hoog. Zelf ligt hij sedert december 1944 in het ziekenhuis. Hij noemt namen van mensen die rondom hem sterven. In de koolsoep, die steeds onregelmatiger komt, zitten geen aardappelen meer. Pakjes van thuis komen er sinds september 1944 niet meer. Hij vraagt zich af hoe het met de vroegere ziekenhuismedewerkers in Apeldoorn gaat. Er is ruilhandel in voedsel. Er zijn luizen. Hij laat zich inenten tegen vlektyfus, als hem die mogelijkheid wordt geboden. Mannen en vrouwen staan zich gezamelijk te wassen aan de koude kranen. Hij laat dankbaar z'n rug wassen door een Franse vrouw. 's Middags koken ze op bijeen gesprokkelde takken eten van de inhoud uit de Rode Kruispakjes. Meestal worden deze verdeeld onder de bewakers. Halverwege maart 1945 voelt hij zich nog steeds moe en krachteloos, maar zijn oedeem is verdwenen. Hij vindt steun bij zijn echtgenote. Hij merkt op dat vrouwen veerkrachtiger zijn dan mannen en dat de laatsten eerder sterven. Hij krijgt een liesbreuk. De bevoorrechte positie van de Griekse joden, die er het langst zijn, wordt nu ingenomen door de Polen. Verder zijn er nog Franse, Albanese, Joegoslavische en veel Hongaarse joden. De laatsten zijn ondergebracht in een apart kamp. 20 Maart 1945 krijgt iedereen een Rodekruis pakket. Hierin zitten margarine, suiker, erwten, meel, knäckerbrood en bouillonblokjes. In het kamp wordt 25 maart 1945 vlektyfus geconstateerd en gaat men het hele kamp inenten tegen vlektyfus. Er is te weinig vaccin. Op één bladzijde, gedateerd 25 juni 1943, schrijft de auteur (voormalig geneesheer - directeur van het ziekenhuis "Apeldoornsche Bosch") in een logboek korte notities over wensen van patiënten. Hij is dan vermoedelijk werkzaam in de ziekenbarakken in Westerbork. 15 Februari 1945 vertelt hij dat hij met zijn echtgenote een jaar in Bergen Belsen is. Het kamp wordt steeds voller door de ontruiming van de kampen in het oosten. De voeding wordt minder. Het sterftecijfer is hoog. Zelf ligt hij sedert december 1944 in het ziekenhuis. Hij noemt namen van mensen die rondom hem sterven. In de koolsoep, die steeds onregelmatiger komt, zitten geen aardappelen meer. Pakjes van thuis komen er sinds september 1944 niet meer. Hij vraagt zich af hoe het met de vroegere ziekenhuismedewerkers in Apeldoorn gaat. Er is ruilhandel in voedsel. Er zijn luizen. Hij laat zich inenten tegen vlektyfus, als hem die mogelijkheid wordt geboden. Mannen en vrouwen staan zich gezamelijk te wassen aan de koude kranen. Hij laat dankbaar z'n rug wassen door een Franse vrouw. 's Middags koken ze op bijeen gesprokkelde takken eten van de inhoud uit de Rode Kruispakjes. Meestal worden deze verdeeld onder de bewakers. Halverwege maart 1945 voelt hij zich nog steeds moe en krachteloos, maar zijn oedeem is verdwenen. Hij vindt steun bij zijn echtgenote. Hij merkt op dat vrouwen veerkrachtiger zijn dan mannen en dat de laatsten eerder sterven. Hij krijgt een liesbreuk. De bevoorrechte positie van de Griekse joden, die er het langst zijn, wordt nu ingenomen door de Polen. Verder zijn er nog Franse, Albanese, Joegoslavische en veel Hongaarse joden. De laatsten zijn ondergebracht in een apart kamp. 20 Maart 1945 krijgt iedereen een Rodekruis pakket. Hierin zitten margarine, suiker, erwten, meel, knäckerbrood en bouillonblokjes. In het kamp wordt 25 maart 1945 vlektyfus geconstateerd en gaat men het hele kamp inenten tegen vlektyfus. Er is te weinig vaccin. Het origineel verkeert in slechte staat, het handschrift is zeer slecht leesbaar. Nabestaanden hebben de tekst op enkele woorden na ontcijferd en een computeruitdraai gemaakt. Er zijn fotokopieën van de oorspronkelijke tekst en de Hebreeuwse woordjes. Het dagboek begint midden in een zin, waarschijnlijk is er meer tekst geweest in eerdere dagboeken. Op de helft van de laatste pagina staat een tekst in het Hebreeuws. De nabestaanden vermelden dat de heer Lobstein en echtgenote in Tröbitz zijn gestorven in een bijgevoegde brief
- Collectie 244: Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek, fotokopieen en computeruitdraai (met potlood in schoolschriftje geschreven tekst. In het schriftje staan op de eerste elf pagina's Hebreeuwse woordjes met de Nederlandse betekenis. De laatste pagina is geschreven op kampbriefpapier. Op het etiket van het schriftje staat: Hebreeuws Dr.Lobstein)
- 1625
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer