A., F.
Hij lijdt onder de zorgen om zijn gezin, onder zijn verlangen naar huis. Hij is somber, prikkelbaar, snel uit zijn evenwicht. Over het auto-ongeluk in Utrecht is hij diep ongelukkig. Dit alles tegen de achtergrond van de oorlog die verloren gaat. Hij lijdt onder het "rumlungern ohne beitragende Arbeit" (in april) en heeft in die tijd ook angstdromen. Hij "denkt over" zelfmoord. Hij wil geen diensttochten ...





