
A., F.
Hij lijdt onder de zorgen om zijn gezin, onder zijn verlangen naar huis. Hij is somber, prikkelbaar, snel uit zijn evenwicht. Over het auto-ongeluk in Utrecht is hij diep ongelukkig. Dit alles tegen de achtergrond van de oorlog die verloren gaat. Hij lijdt onder het "rumlungern ohne beitragende Arbeit" (in april) en heeft in die tijd ook angstdromen. Hij "denkt over" zelfmoord. Hij wil geen diensttochten naar Duitsland maken.<br/>Over de toestanden in het Duitse leger, voor zover het zijn directe omgeving betreft, is hij ontevreden, heeft vooral kritiek op de officieren.<br/>Houding tegenover de Nederlandse bevolking: medelijden met de hongersnood, daarnaast openhartig uitgesproken onverschilligheid en hardheid, o.a. met verwijzing naar de Duitse vluchtelingen uit Oost-Pruisen. Voor de haat der bevolking tegen de Duitsers toont hij volmaakt onbegrip: "möchte nur gerne wissen was haben wir ihnen böses getan?" (blz.16).
- A., F. (Vanwege de bescherming van de privacy worden alleen initialen vermeld.)
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-389
- Duitsers
- Militairen
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer





