
Kievit, M.J.
De auteur, een Rotterdammer, wordt opgepakt als gijzelaar. Samen met anderen wordt hij gebracht naar het Groot Seminarie in Haaren (het gijzelaarskamp). Hij krijgt bij aankomst te eten en men geeft hem een handdoek, een beker, een laken en twee dekens. Hij slaapt met enkele mensen op een kamer. De volgende dag loopt hij wat over het uitgestrekte terrein en maakt kennis met overige gijzelaars. Enkele jonge (19 jarige) mensen worden weervrijgelaten. Iedere dag krijgen ze drie maal eentonig te eten. Maar er komen regelmatig pakketten van thuis met aanvullingen. Er wordt veel gesnoept van de lekkernijen uit de gestuurde pakketten. Men organiseert sportwedstrijden. Vanwege het grote aantal mensen (ongeveer 650) wordt er appèl gehouden. Hij sport veel, volgt lezingen en ligt in de zon. Het is een mooie zomer. Als er Rotterdammers worden opgehaald, is hij even bang, maar haalt daarna opgelucht adem. Het tijdelijk schrijfverbod wordt op 18 augustus opgeheven. Uit een 17 oktober 1942 geschreven brief blijkt dat de auteur zich nog in Haaren bevindt. Hij schrijft dat de dag ervoor weer enkele gijzelaars zijn meegenomen. Net zoals de vorige keer moet men midden in de nacht, die daaraan vooraf gaat, aantreden op het voetbalveld. Hij vindt het onrechtvaardig dat ze moeten boeten voor een daad waar zij geen enkele schuld aan hebben en noemt het een daad van macht van de Duitsers.
- Kievit, M.J.
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-1247
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer





