A.M.J. Vleesblok: Verslag, overgaand in dagboek (handschrift (fotocopie))
Dagboek van een joodse onderduiker, geboren op 4 april 1910 te Veendam en in het begin van de oorlog woonachtig te Zwolle. Eind 1942 verhuist schr. samen met zijn echtgenote ("Nel") naar Amsterdam, waar hij, met de vooropgezette bedoeling een Sperrstempel te verkrijgen, in dienst treedt bij de Joodsche Raad. Schr. aarzelt lang alvorens onder te duiken, uit vrees "ongehoorzaam" te zijn; pas nadat zijn ouders zijn weggehaald en de employees van de Joodsche Raad direct worden bedreigd, neemt hij hiertoe het besluit. Met veel moeite weet hij, na derden, een duikadres te vinden in een (niet met name genoemde) plaats. Op 24 mei 1943 verlaat schr. Amsterdam. Nadat echter in zijn nieuwe woonplaats een razzia heeft plaatsgevonden, keert hij terug naar Amsterdam (17 juni) en ziet zich, bij gebrek aan vervalste papieren, gedwongen korte tijd weer zijn ster te dragen. Een week later duikt hij opnieuw onder. Gedurende de onderduiktijd die dan een aanvang neemt, zal schr. meer dan eens genoodzaakt zijn van adres te veranderen. Meestal verblijft hij op hetzelfde adres als zijn vrouw, die werkzaam is als verpleegster; soms zit hij een tijdlang alleen. Zijn laatste onderduikadres bevindt zich in Eindhoven, waar hij op 18 september 1944 door de Geallieerden wordt bevrijd. Het dagboek sluit af met de mededeling dat schr. op 30 november 1944 is aangesteld als ambtenaar bij het plaatselijke distributiebureau. De tekst van na 1 mei 1944 is die van het authentieke dagboek, dat door schr. van dag tot dag werd bijgehouden. Dagboek van een joodse onderduiker, geboren op 4 april 1910 te Veendam en in het begin van de oorlog woonachtig te Zwolle. Eind 1942 verhuist schr. samen met zijn echtgenote ("Nel") naar Amsterdam, waar hij, met de vooropgezette bedoeling een Sperrstempel te verkrijgen, in dienst treedt bij de Joodsche Raad. Schr. aarzelt lang alvorens onder te duiken, uit vrees "ongehoorzaam" te zijn; pas nadat zijn ouders zijn weggehaald en de employees van de Joodsche Raad direct worden bedreigd, neemt hij hiertoe het besluit. Met veel moeite weet hij, na derden, een duikadres te vinden in een (niet met name genoemde) plaats. Op 24 mei 1943 verlaat schr. Amsterdam. Nadat echter in zijn nieuwe woonplaats een razzia heeft plaatsgevonden, keert hij terug naar Amsterdam (17 juni) en ziet zich, bij gebrek aan vervalste papieren, gedwongen korte tijd weer zijn ster te dragen. Een week later duikt hij opnieuw onder. Gedurende de onderduiktijd die dan een aanvang neemt, zal schr. meer dan eens genoodzaakt zijn van adres te veranderen. Meestal verblijft hij op hetzelfde adres als zijn vrouw, die werkzaam is als verpleegster; soms zit hij een tijdlang alleen. Zijn laatste onderduikadres bevindt zich in Eindhoven, waar hij op 18 september 1944 door de Geallieerden wordt bevrijd. Het dagboek sluit af met de mededeling dat schr. op 30 november 1944 is aangesteld als ambtenaar bij het plaatselijke distributiebureau. De tekst van na 1 mei 1944 is die van het authentieke dagboek, dat door schr. van dag tot dag werd bijgehouden. Het oorspronkelijke dagboek is gedeeltelijk verloren gegaan, de auteur schrijft over deze periode een verslag gebaseerd op herinnering
- Collectie 244: Europese dagboeken en egodocumenten
- Verslag, overgaand in dagboek (handschrift (fotocopie))
- 1085
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer