Hans Simon Catz is in 1917 in Rotterdam geboren als zoon van James Catz, makelaar in assurantiën aan de Glashaven in Rotterdam. Het gezin woont aan de Heemraadsingel. Hans heeft twee broers, Theo en Frans, die naar Nederlands-Indië vertrekt. De mede-firmant van James is sinds 1930 de niet-Joodse Jan Lips. Dit feit redt zijn bedrijf, want Jan Lips mag de firma voortzetten onder zijn eigen naam. Na het Rotterdamsch Lyceum gaat Hans in Leiden studeren. Op 26 november 1940 hoort hij de rede van professor Cleveringa. Hij zit op de eerste rij en is diep onder de indruk. Een dag later wordt de Leidse universiteit gesloten maar hij krijgt toestemming op 21 mei 1941 zijn doctoraal examen rechten te doen. James is na het bombardement op Rotterdam met zijn vrouw en Theo verhuisd naar hun buitenhuis (villa Duintop) in Noordwijk. Ook daar is het Joodse gezin niet lang veilig. Overal zijn razzia's. Enkele weken later lopen ze naar Katwijk en nemen daar de blauwe tram naar Leiden. Via via bereiken ze Helvoirt bij Den Bosch, waar ze tijdelijk een villa kunnen bewonen. Op 20 september 1942 verlaat het gezin Nederland. Ze moeten 5000 gulden per persoon aan hun passeur (gids) betalen. In Maastricht worden ze de Maas overgeroeid, en via Luik bereiken ze Frankrijk op 28 september, maar op 1 oktober worden ze in de bus naar Besançon door Duitsers gearresteerd. Vier weken later worden ze met een gewone trein naar een doorgangskamp in Drancy gebracht. Op 3 november, tijdens het transport naar Polen, springen de jongens uit de trein. Hun ouders, James en Louise Catz, blijven in de trein en worden op 7 november 1942 in Auschwitz vermoord. De broers duiken vanaf 6 november onder in Luik. Hans schrijft een verslag van hun belevenissen en verstopt dat onder de dakpannen. In april 1943 reizen ze apart verder. Theo gaat bij Pau de Pyreneeën over en slaagt erin via Engeland naar de Verenigde Staten te gaan. Hij wordt opgenomen in het Amerikaanse leger, leert vliegen en vecht de rest van de oorlog in de Pacific. Hans gaat op paaszondag bij Porrentruy de Zwitserse grens over. Hij gaat eerst naar Zürich, waar hij logeert bij zijn neef Huug van Dantzig, dan naar Bern, waar hij zich bij het gezantschap meldt, en wordt enkele maanden in het vluchtelingenkamp in Cossonay ondergebracht. Als het kamp opgesplitst wordt, gaan de Joden naar kamp Les Verrières maar hij gaat, omdat hij afgestudeerd is, naar kamp Les Enfers bij Montfaucon. Als de Amerikanen op Sicilië zijn geland, gaan enkele Nederlanders naar Italë om zich bij de geallieerden aan te sluiten. Cats vertrekt met Huug van Dantzig en hun vriend Frits Glaser. Net over de grens worden ze echter gearresteerd. Ze worden ter dood veroordeeld, maar slagen erin uit de vrachtauto te ontsnappen. Twee maanden lang lopen ze door Italië, op zoek naar de geallieerde troepen. Als ze bij Cassino proberen door het front te gaan, worden ze weer gearresteerd. Ze geven valse namen op en zeggen dat ze Zuid-Afrikaanse officieren zijn. Ze worden dus 'krijgsgevangenen'. Ze worden naar een verzamelkamp in Spoleto gebracht en op transport gezet naar Moosburg, bij München. Hans ontsnapt via het dak van de trein, maar wordt weer gearresteerd en naar de gevangenis in Trento gebracht. Daar zit hij tot na kerstmis 1943. Begin 1944 wordt hij, als 'sergeant Coenen uit Zuid-Afrika' naar krijgsgevangenkamp Versen overgeplaatst, maar door een administratieve fout wordt hij naar Moosburg teruggebracht. Daar treft hij Theo en Huug aan. In april 1945 wordt het kamp ontruimd. De gevangenen moeten naar Oostenrijk lopen. Hans en Huug ontsnappen. Ze worden weer opgepakt, maar enkele dagen later door de Amerikanen bevrijd. Op 5 mei zijn ze in Wels waar generaal Patton de Duitse capitulatie bekend maakt. Hans neemt na de oorlog met Theo het kantoor van hun vader over. In 1973 treedt Hans toe tot de raad van bestuur van Hudig-Langeveldt en blijft daar bestuurslid tot zijn pensionering in 1982. Intussen zet hij zich in voor de oprichting van golfclub Broekpolder, die in 1983 opent. Hij wordt de eerste voorzitter. In 1993 wordt zijn verhaal onder de titel "Het oog van de naald" op papier gezet door zijn kinderen Folkert en Petra. De basis hiervoor is het verslag dat Hans na de oorlog onder de dakpannen van zijn onderduikadres terug vond. Hans is op 6 februari 2004 in Huizen overleden.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders