Maarten Hendrik Rutteman en zijn tweelingbroer Eduard zijn op 23 mei 1922 in Hengelo geboren. Hun vader is huisarts. Allen worden lid van de Nederlandse Unie, een politieke beweging gericht tegen de NSB. Op 8 september 1943 besluit hij vanuit Hengelo Nederland te verlaten. Eduard en diens vriend Charles Gewin zijn hem al voorgegaan. Op 8 september 1943 neemt hij de trein van Den Haag naar Tilburg. Hij heeft zijn oude schooltas bij zich met wat kleren, een stuk zeep, wat sigaretten, een zaklantaarn en een zakmes. Ook twee pakjes tabak, die hij eventueel voor ruilhandel wil gebruiken. Verder heeft hij een vals paspoort en 80 Belgische franken, een persoonskaart en 400 gulden. In Tilburg neemt hij de bus naar Baarle-Nassau om daar de grens over te gaan. Hij loopt naar Turnhout, neemt daar de bus naar Antwerpen en vandaar de trein naar Brussel. Daar mag hij logeren bij Paul Meunier, een kennis van hem. Het is de dag van de capitulatie van Italië en dat wordt gevierd met een diner met champagne. Rutteman kijkt zijn ogen uit naar al die heerlijkheden, die in Nederland niet meer te vinden zijn. Op 28 september vervolgt Maarten zijn reis. Met de trein gaat hij naar Blandain en met behulp van de stationschef, die hem een groene band om de mouw doet, lijkt hij op een arbeider. Hij krijgt valse papieren waaruit blijkt dat hij voor zijn werk naar Marseille moet. De trein naar Rijsel (Lille) stopt vlak na de Franse grens. Duitsers schreeuwen dat iedereen moet uitstappen voor kaartjes- en bagagecontrole. Franse verzetsmannen zorgen ervoor dat de Duitse inspecteur bezig gehouden wordt, waardoor Maarten kan doorlopen. In Lille krijgt hij onderdak bij Felix Verdoorn. In Parijs ontmoet hij zijn broer Eduard en Charles. Ze kopen alpinopetten om er wat Franser uit te zien. Charles gaat om persoonlijke redenen terug naar Nederland, maar wordt in de trein door de Gestapo gearresteerd. Hij overlijdt in een concentratiekamp. De broers vertrekken op 21 oktober en nemen de trein naar Marseille. Er blijken nog zes Nederlanders in de trein te zitten, w.o. Hilbo Rinkes en Sietse Wiersma. Allen stappen in Avignon en Nîmes over waarna ze in Toulouse aankomen. Daar nemen de acht jongemannen de trein naar Lourdes, waar ze Franse verzetsmensen ontmoeten die hen over de Pyreneeën brengen. De groep wordt uitgebreid tot 35 personen, waarvan de helft niet in Nederland aankomt. In het dal regent het nog, later komt er ijzel en nog later steekt er een sneeuwstorm op. De groep vindt een hut waar ze kunnen schuilen. Eten is er niet meer, en warme kleding is er te weinig. Negen mannen worden vermist en hebben kennelijk een andere weg genomen, maar de acht Nederlanders zijn nog allemaal aanwezig. Na twee dagen is de storm nog niet gaan liggen. De meesten raken gedeprimeerd en gaan terug. Maarten en Edu besluiten alleen verder te gaan, Borel Rinkes en Wiersma gaan samen ook verder. De broers vorderen langzaam in de diepe sneeuw, het vriest hard en er staat een straffe wind, maar bovenop de bergtoppen klaart het weer op. De zon schijnt weer en Spanje lijkt ineens dichtbij. Van een herder krijgen ze in Spanje wat brood. Na 8km, bij Bielsa, worden ze gearresteerd omdat ze geen visum hebben. In drie maanden verblijven ze in vier verschillende gevangenissen: Barbastro, Zaragossa, Madrid en Miranda, waar ze van 10-29 december zaten. In Barbastro, treffen ze Borel Rinkes, Wiersma en enkele Fransen, een RAF vlieger en drie Polen aan. De andere 4 Nederlanders zijn teruggekeerd en bij St Lary-Soulan gearresteerd en naar Buchenwald gebracht. Alleen Herman Debets overleefde dat. Op 31 januari 1944 vertrekken ze met +/- 90 Nederlanders per konvooi via Portugal en Gibraltar naar Engeland waar ze op 16 maart 1944 in Liverpool aankomen. Zes maanden na hun vertrek uit Nederland zijn ze in Londen. Na verhoor krijgt Maarten bij de infanterie van de Prinses Irene Brigade een training als marconist. Hij maakt de vijfde landing in Normandië mee en de veldtocht door België naar Nederland. Van 1946-1952 werkt hij voor Shell in Peru, Columbia en Venezuela. Als hij tijdens een vakantie de Belgische Marie Therèse ontmoet, trouwen ze en emigreren ze naar Canada en in 1960 naar de Verenigde Staten, waar hij in de papierwarenindustrie werkt. Daar is hij op 4 maart 2018 in Hanover, Massachusetts, overleden.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders
Maarten Hendrick Rutteman (Hengelo, 23 mei 1922 - Hanover (Massachusetts, Verenigde Staten), 4 maart 2018) was een Engelandvaarder, die via de zuidelijke route Engeland wist te bereiken. Hij was de tweelingbroer van Engelandvaarder Eduard Willem Rutteman.
Bron: Stichting WO2Net | Oorlogsbronnen.nl