Hendrik (Henk) Jacobus Voorspuy is op 27 oktober 1919 in Rhoon geboren; hij heeft de Rotterdamse Zeevaartschool (afdeling luchtvaart) doorlopen en in Vlissingen een opleiding tot leerlingvlieger gevolgd. Op 14 mei 1940, als Rotterdam is gebombardeerd en de situatie er voor Nederland hopeloos uitziet, vertrekken hij en een kleine crew vanaf Souburg (vliegpark Vlissingen) in een S9 lesvliegtuig via Zeebrugge, Oostende en Nieuwpoort naar Berck sûr Mer in Frankrijk. Vanwege een haperende motor moeten ze een noodlanding maken. Uiteindelijk bereiken ze in een legerwagen het vliegveld van Berck sûr Mer. Vanuit Berck sûr Mer neemt hij een trein naar de Nederlandse ambassade in Parijs, vanwaar hij naar Caen gaat om zijn vlieglessen te hervatten. Opgejaagd door het oprukkende Duitse leger trekt hij op 22 mei 1940 verder met zijn maten, de vliegtuigen achterlatend, naar Cherbourg om te proberen aan boord van een schip naar Engeland te komen. Omdat terugtrekkende Britse eenheden voorrang hebben bij inscheping om terug te reizen naar Engeland, wachten Henk en zijn maten op de kade van Cherbourg totdat het op 29 mei 1940 lukt om aan boord van een stoomschip de passage naar Engeland te maken. Daar arriveert hij op 30 mei 1940 in Milford Haven. In Engeland krijgt hij instructie van de Nederlandse regering om naar Soerabaja te gaan. Daar vervolgt hij zijn vlieglessen, maar als de Japanners Nederlands-Indië bezetten, vlucht hij via de Grote Oceaan naar de Verenigde Staten en van daaruit terug naar Groot-Brittannië. Hij komt aan in Pembroke Docks in Wales en wordt vanaf 1 april 1942 tot 25 maart 1944 ingedeeld bij het Nederlandse 320 squadron RAF, dat onder commando van coastal command vijandige schepen aanvalt. Met het 320 squadron verhuist hij naar Blackpool, Silloth, Bircham Newton in Norfolk, Lasham in Hampshire en uiteindelijk naar Dunsfold in Surrey. Daar heeft Henk onder andere in een B25 Mitchell-bommenwerper de leiding over missies in Normandië voor en na D-day. Op 18 maart 1944 vliegt hij in de leidende groep naar Frankrijk. Nadat de bommen zijn afgeworpen, draait de gehele formatie naar links af. Even hierna wordt zijn B25-Mitchell 177 (bemanning: waarnemer sgt Jan Vink, telegrafist Karel Nouhuys en korp. schutter Mark Engelsma) boven het Franse Abbeville door Duits afweergeschut getroffen in de neus en de stuurboord motor. Nouhuys geeft een SOS af, de mitrailleurschutter verplaatst de camera en sluit het luik. De piloot verlaat de formatie, de aangeschoten motor verliest veel olie, de 177 verliest hoogte en komt in het water voor de kust terecht. De bemanning weet in een rubberboot te ontsnappen. Een spitfire vliegt over hen heen om te zien of ze het hebben gered, waarna een Walrus-amfibivliegtuig van de RAF hen ophaalt en terugbrengt naar Folkestone. Henk Voorspuy heeft 71 militaire operaties gevlogen. Op 10 mei 1945 rond 12.00 uur vliegt Henk Voorspuy over zijn ouderlijk huis in Rhoon. Hij dropt een brief waarin hij schrijft dat hij nog leeft en de oorlog is afgelopen. 'De Kieuwelander', een illegaal nieuwsblad dat tijdens de oorlogsjaren dagelijks in Poortugaal en omgeving verschijnt, maakt er als volgt melding van: 'Lieve Vader en Moeder, Hopelijk alles goed.' Aldus begint de brief van den Heer H. Voorspuy uit Rhoon, welke brief hij hedenmiddag omstreeks 12 uur vanuit zijn vliegtuig voor de woning van zijn ouders neergooide. Men kan zich voorstellen, dat er wel heel veel door deze jongeman heen gegaan moet zijn toen hij, zij het dan vanuit de lucht, na een afwezigheid van vijf jaar, deze ouderlijke woning terugzag. Het is met April vijf jaar geleden dat hij, als een om z’n bijzondere capaciteiten bevoorrechte leerling van de luchtvaartafdeling van de Rotterdamse zeevaartschool, overgeplaatst werd naar Vlissingen. Hier zou hij zijn praktische opleiding krijgen. Weinig zal hij toen hebben kunnen vermoeden, dat hij eerst een reis om de wereld zou moeten maken; een reis die vijf jaar zou duren, en waarin hij zich a.h.w. een weg naar huis heeft moeten vechten eer hij zijn ouderlijke woning zou terugzien.' Na de oorlog trouwt hij met Pearl Glessing, die werkzaam is bij de Women's Land Army (WLA) in Bexhill Engeland (hij heeft haar ontmoet in maart 1944 vlak na de 'ditching') en werkt hij als gezagvoerder bij de KLM. Hij is in Bexhill op 13 augustus 1993 overleden.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders