Joseph André Eliasar is op 4 april 1918 in Brussel geboren als enig kind van Simon Eliasar en Lea Christina Elze. Simon heeft een sigarenzaak bij de Grote Markt. In 1920 verhuist het gezin naar Rotterdam, waar Simon met Emanuel Brandel handelsonderneming Mercurius opricht en niet lang daarna een kredietbank, de Voorschots Kas Rotterdam. Simon en Emanuel verhuizen twee jaar later naar de Groningsestraat in Scheveningen, waar ze buren worden. In 1939 overlijdt Lea en studeert André aan de Economische Hogeschool in Rotterdam. Op 15 mei 1940 probeert André uit Scheveningen weg te komen, maar de schipper wil geen vluchtelingen meenemen. Na deze mislukte poging wil hij zo gauw mogelijk zijn kandidaats halen. Eind 1941 hoort hij dat zijn vriend Alfred Frank naar Zwitserland is vertrokken. Alfreds vader geeft André twee adressen op, van een passeur in Putte en van een kapperszaak in Brussel. André steekt bij Putte de grens over, vandaar begeleidt een vrouw hem met de tram naar Antwerpen. Alleen reist hij door naar Brussel. De kapperszaak is en blijft dicht, waarop André terug naar Nederland gaat om dat te melden. Zijn tweede poging begint goed. Hij neemt zijn vader mee, in Turnhout nemen ze de tram naar Antwerpen en dan de trein naar Brussel. Een Hongaarse passeur gaat met hen mee tot Parijs. Een andere passeur brengt hen een week later naar midden Frankrijk. Door een lokale Fransman worden ze met andere vluchtelingen over de demarcatielijn geholpen, waarna een vrachtauto de groep naar Lyon brengt. Ze gaan naar de Office Néerlandais en ontmoeten Sally Noach, die voor ieder een visum voor Suriname zal regelen. Ze wachten in Hotel du Vallon Fleuri in de bergen van de Savoie op hun reispapieren. De groep wordt gewaarschuwd dat er verraad is gepleegd en dat ze de volgende dag zullen worden gearresteerd. André en zijn vader gaan terug naar Lyon. Sally Noach is vervangen door zijn broer. Deze brengt hen in contact met Jean Weidner, de leider van de Dutch-Paris ontsnappingslijn. Hij geeft ze de naam een klein hotel in Annecy, waar ze na enkele dagen zullen worden afgehaald. Daar ontmoeten ze Epstein. Met hem en een gids proberen ze naar de Zwitserse grens te gaan, maar vlak voor de grens worden ze aangehouden door een Franse douanier. Epstein verstopt zichzelf op tijd en bereikt Zwitserland, maar André en zijn vader worden op 3 november 1942 gearresteerd en naar kamp Rivesaltes bij Perpignan gebracht. Daar loopt André een darmkwaal op, waardoor hij erg verzwakt. Op 23 november 1942 wordt het kamp door de Wehrmacht ontmanteld en de gevangenen op 29 november naar kamp Gurs gebracht. Als ontdekt wordt dat ze joods zijn, worden ze extra bewaakt. Simon ontkent dat hij Joods is. In januari 1943 vraagt Simon om overplaatsing naar kamp Châteauneuf-les-Bains; op 24 maart wordt André met andere gevangenen naar een trein gebracht. Ze vrezen dat de trein naar Duitsland gaat, maar hij blijft in Bayonne stil staan. Ze worden overgedragen aan Organisation Todt. De OT brengt hen naar Hossegor, waar André met een groep Spanjaarden wordt ondergebracht in een verlaten sanatorium. Ze moeten bunkers in de duinen bouwen. Als de OT merkt dat hij Duits spreekt, mag hij op kantoor komen werken. Op 31 mei wordt Simon vrijgelaten, hij vestigt zich in de Savoye. Nadat André van een keelontsteking is hersteld, krijgt hij een week verlof. Hij gaat weer naar Jean Weidner in Lyon en duikt onder in een huis aan het meer van Annecy. Daar ontmoet hij zijn nicht Bep Turksma, die ook naar Engeland wil gaan. Op 28 juli 1943 bereiken ze Genève. Aan overste Modderkolk geeft hij alle informatie over de Atlantikwall bij Hossegor. Simon wordt op 1 december verraden, gearresteerd en naar kamp Drancy gebracht. Op 17 december wordt hij naar Auschwitz afgevoerd, waar hij op 30 december wordt omgebracht. André brengt maandenlang door in Camp Les Cripettes, Camp de Charmilles en vooral in Camp Les Verrières. Wel mag hij in Zurich studeren. Pas in januari 1945 kan hij naar Parijs gaan. Hij wordt benoemd tot 2de reserve luitenant en gaat werken bij het Bureau Nationale Veiligheid, onder Jean Weidner. Op 12 juni 1945 vliegt hij met de RAF naar Engeland. Daar trouwt hij op 19 juni met zijn jeugdvriendin Riet Newman (Engelse vader), Alfred Frank is hun getuige. Hij is op 18 januari 1989 in Leidschendam overleden.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders