Willem Tuyn (26), woont bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in de Groot Hertoginnelaan 59b in Den Haag, waar hij op 10 mei 1914 is geboren. Na de HBS-b te hebben doorlopen heeft hij in Bergen op Zoom zijn dienstplicht vervuld bij het 14-de regiment infanterie. Vervolgens is hij gaan werken bij drukkerij Kotting in Amsterdam, later bij de Bataafsche Import Maatschappij. In 1941 neemt hij daar ontslag nadat hem een baan bij het ministerie van Waterstaat is toegezegd. De baan gaat echter niet door. Begin 1942 sluit Willem zich in Den Haag aan bij de verzetsgroep van ex-militairen, de Ordedienst (OD), maar hij stopt daar in maart mee als de Haagse politieman Adriën Moonen wordt gearresteerd, met wie Willem ‘dik bevriend is, hetgeen bekend is’. Moonen wordt gearresteerd in de nasleep van de arrestaties rond de geheime operaties van Peter Tazelaar en Erik Hazelhoff Roelfzema op het strand van Scheveningen. Een maand tevoren heeft hij samen met Moonen in Oldenzaal en Almelo adressen bezocht waar in Nederland neergekomen geallieerde piloten verborgen worden gehouden. Hij zoekt naar een manier om uit Nederland weg te komen. Intussen heeft hij in de woning van de beroepsmilitair Freek Kragt in de Maastrichtsestraat 91 in Den Haag kennis gemaakt met de Poolse viceconsul in Nederland, Witold Makowski, die in 1941 samen met de militair Pim van Doorn een (mislukte) poging tot Engelandvaart heeft gedaan. Makowski en Kragt hebben een plan voor een nieuwe poging om via Frankrijk en Spanje naar Engeland te ontkomen. Willem ontmoet omstreeks die tijd ook de zeeman Jos Aben, die hem vertelt dat hij contact heeft met het Nederlandse consulaat in de Zweedse hoofdstad Stockholm en aanbiedt Willem met zijn boot, de ‘Excelsior’, naar Zweden te brengen. Hij slaat het aanbod af, omdat hij Aben niet vertrouwt. Terecht, naar later zou blijken: Aben levert verzetsmensen, die hij zogenaamd naar Zweden brengt, uit aan de Duitse politie. Op 29 juni 1943 acht hij het moment daar om de reis naar Engeland te ondernemen. Van de firma Van Geloven in Tilburg, waarvoor hij dan werkt, krijgt hij papieren waarmee hij door Frankrijk kan reizen. Ook heeft hij verscheidene adressen voor onderdak. Op 2 maart 1944 passeert hij ’s nachts te voet de grens met Spanje, waar de Spaanse politie hem arresteert en in de gevangenis van Pamplona zet. Hij wordt enkele maanden vastgehouden in het kamp bij Miranda de Ebro. Via Madrid en Gibraltar bereikt hij Algiers, waar hij enige tijd verblijft in een kamp voor krijgsgevangenen. Op 21 oktober 1944 arriveert Willem in Engeland. Hij neemt er dienst bij het Koninklijk Nederlands-Indisch leger. Tijdens zijn ondervraging in Londen suggereert hij dat hij opdracht heeft gegeven kapitein Jos Aben te liquideren (‘Ik heb hem laten schieten’).
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders