Frans van den Bergh (36) is werktuigbouwkundig ingenieur bij Philips in Eindhoven, waar hij woont in de Poirterslaan 13. Hij is gehuwd met Rica Selena Hartog uit Nijmegen, met wie hij een dochter heeft. Frans heeft zijn militaire dienstplicht vervuld bij de Hembrug, waarbij hij een opleiding heeft gevolgd tot officier speciale diensten. In 1939 is hij vanwege de mobilisatie opnieuw voor militaire dienst opgeroepen; dit keer is zijn standplaats Den Haag. Vandaar heeft hij op 10 mei tijdens de inval van het Duitse leger in Nederland vergeefs geprobeerd naar zijn eenheid in Dordrecht te komen. Ten zuiden van Delft is hij gestuit op Duitse parachutisten, waarbij hij schotwonden oploopt aan zijn linkerarm en -hand. Na zich te hebben verstopt is hij verkleed als boer naar Delft gegaan om zich bij zijn commandant te melden. Op 16 mei is hij terug in Den Haag en wordt hij gedemobiliseerd. Zijn vriend Frits Hart, woonachtig in Buenos Aires, heeft een Argentijns visum geregeld voor diens vader, voor Frans, voor zijn echtgenote en voor hun dochtertje Madeleine. Op dit visum verkrijgt Frans een Spaans doorreisvisum. De vader van Frits Hart heeft via een Duitse zakenrelatie kunnen regelen dat ze een Duits uitreisvisum krijgen dat is ondertekend door de SS-man ‘Auf der Pfunkten, een vooraanstaande functie hebbende te Amsterdam’ (bedoeld wordt: Aus der Fünten). Voor het visum betalen ze wel een hoge prijs: ze moeten een verklaring ondertekenen waarin staat dat hun eigendommen worden verkocht en de opbrengst wordt gestort op een rekening bij de bank Lippman & Rosenthal in Amsterdam. ‘Het was vermoedelijk te doen om de buitenlandse effecten’, schreef Frans later, ‘daar zij het andere toch al hadden.’ Op 5 juli 1942 vertrekt Frans met Rica en Madeleine, vader Hart, het Joodse gezin Wahrendorff met vier kinderen en het Joodse gezin Rodrigues Pereira, eveneens met vier kinderen, per trein naar Brussel. Via Parijs bereiken ze Bordeaux en reizen dan verder naar Irun en Bilbao. Daar vertrekken ze op 15 juli aan boord van het schip ‘Monte Gorbea’ via Lissabon, Gibraltar en Las Palmas naar Argentinië, waar ze op 15 augustus arriveren. Frans krijgt van het Nederlands gezantschap in Buenos Aires opdracht zich in Washington te melden bij de Nederlandse generaal Dijkshoorn. In november vliegt hij met vrouw en dochter naar de VS en in fabruari 1943 meldt hij zich bij het legerkamp Guelph in Canada. Op 17 april 1943 arriveert hij met het schip ‘Pasteur’ in Liverpool. Op 27 april 1943 wordt hij aan de Prinses Irene Brigade toegewezen.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders