Joseph Hendrikus (Joop) Tournier
Rotterdam, 13 juni 1910 - Rotterdam, 10 april 1998TOURNIER (Joseph Hendrikus, roepnaam Joop), geboren te Rotterdam op 13 juni 1910. Hij trouwt in 1938 en woont in 1944 met zijn vrouw en drie jonge kinderen in de Rotterdamse wijk Hillesluis, op het adres Riederlaan 38b. Wanneer daar op 10 november 1944 de razzia plaatsvindt is Joop 34 jaar en kantoorbediende. Eerst wil hij geen gehoor geven aan het “bevel”, maar op aanraden van zijn zwangere vrouw meldt hij zich bij een school aan de Beukendaal. Tot zijn bagage behoren ook voetbalschoenen en een gasmaskerzak. Hij vermoedt dat hij aardappels moet gaan rooien in Groningen of Drenthe. Vanaf de Nassaukade wordt hij met een rijnaak weggevoerd, via Amsterdam en het IJsselmeer naar Kampen, waarna hij lopend naar Kamp Wezep moet, een mars van drie à vier uur en de colonne wordt aan beide kanten geflankeerd door Duitsers. Op de eerste dag in Wezep zorgt de bevolking met stamppot goed voor de aangekomen mannen. Op een middag moeten de mannen afmarcheren naar het achterliggen terrein en moeten zij, ter afschrikking, getuige zijn van het fusilleren van drie mannen die een mislukte vluchtpoging hebben ondernomen. Na enige dagen verlaten de mannen Wezep in een volgepropte trein. Het wordt een ellendige reis van drie dagen, ook al omdat de Duitsers met de mannen moeten leuren; de trein staat nog een middag stil in Berlijn. Pas in Dresden kunnen ze naar een Lager, waar het wemelt van de wandluizen. De soep die de mannen krijgen, noemen ze “Elbewasser”. Joop verricht verschillende werkzaamheden. Om aan extra eten te komen masseert Joop verschillende mensen. Ook treedt hij op als tolk van het Engels naar het Duits, wanneer enkele Engelse krijgsgevangenen bij werkzaamheden met dynamiet gewond raken aan hun ogen en zij via Dresden naar Dessau moeten voor medische behandeling. Op een avond trekken Joop en nog drie mannen door Dresden en melden zich met hun verhaal bij een ziekenhuis. Via de kerk komen zij de volgende dag terecht in Pirna, waar zij worden ondergebracht in Gasthof Schützenhaus. Zij worden tewerkgesteld bij de firma Funke & Co uit Freital, een civieltechnisch bouwbedrijf. De mannen moeten dag en nacht werken voor een schamel loon. Nog voor de kerst wordt Joop ziek. Door het slechte eten heeft hij diarree en dat is al helemaal geen pretje bij het Gasthof, waar de latrine zich op 50 meter in de tuin bevindt. Desgevraagd vertelt hij de arts dat hij masseur is, en dit leidt ertoe dat Joop wordt aangesteld als Sanitäter in zijn Lager, met zo’n 150 mannen. In die hoedanigheid kan hij het nodige regelen voor de mannen. Na het grote bombardement op Dresden, dat op 13 februari 1945 aan zo’n 25.000 mensen het leven kost, moeten Joop en de andere mannen daar puinruimen. Ze gaan er dagelijks met de trein naartoe, maar de laatste vijf km moeten zij lopen. De mannen zien er verschrikkelijke taferelen, zoals mensen die in de kelders van hun huizen gestikt zijn of die door het fosfor zijn verbrand. Wanneer het oorlogsgeweld steeds duidelijker dichterbij komt en voelbaar is dat het einde van de oorlog nadert, worden de Rotterdammers zelfverzekerder en durven ze het aan om het werk aan een brug te verlaten omdat de voedselvoorziening slecht is en blijft. De mannen gaan klusjes verrichten voor eten bij vrouwen van wie de mannen naar het front zijn gestuurd. Enkele mannen nemen de benen. De mannen worden bevrijd door de Russen en plunderen daarna een depot. Joop en Piet Roodbergen gaan op eigen gelegenheid richting Nederland. Eerst met gekregen fietsen en ongeveer vanaf Dresden, waar twee andere mannen zich bij hen aansluiten, met een van een schipper gekregen ponton. Stroomafwaarts en met een snelheid van 10 km per uur, gaan de vier mannen richting Maagdenburg. Niet ver daarvandaan, bij Coswig (Anhalt) komt de vaartocht ten einde. De Russen brengen de mannen naar een internationaal kamp, ze worden er ontsmet, en zo’n twee weken later vertrekt Joop met de trein naar Nederland. De reis verloopt traag vanwege de vele gebombardeerde spoorlijnen en dito omleggingen. Joop wordt aangenaam verrast wanneer hij op zijn verjaardag wordt toegezongen en onaangenaam verrast wanneer hem in Enschede wordt verteld dat in Rotterdam veel kinderen zijn gestorven, onder wie veel jongens; en Joop heeft dan twee zoontjes. Via Kampen, het IJsselmeer en Amsterdam, bereikt Joop het Maasstation in Rotterdam. Voor het laatste stuk naar huis neemt hij de tram. Daar ziet hij de op 28 maart 1945 geboren zoon Joop jr. De vrouw van Joop is zichtbaar dik door hongeroedeem. De laatste maanden van de oorlog heeft zij alleen van suikerbieten geleefd. Na de oorlog wordt nog een zoon geboren en verwerft Joop in Rotterdam bekendheid als atletiek- en voetbaltrainer. Joop overlijdt op 10 april 1998, 87 jaar oud.
Bron: Stadsarchief Rotterdam
Het leven tijdens de oorlog van Joseph Hendrikus (Joop) Tournier
1944Opgepakt bij de Razzia van Rotterdam
Overleden in Rotterdam
Bronnen
Dit zijn de bronnen die bij Oorlogsbronnen bekend zijn over deze persoon.
Razzia van Rotterdam en Schiedam
Ron Schuurmans maakte biografieën van de slachtoffers van de razzia van Rotterdam en Schiedam op 10 en 11 november 1944. Dit was de grootste razzia die de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft gehouden. Bij deze razzia zijn ongeveer 52.000 van de 70.000 mannen van 17 tot en met 40 jaar oud uit Rotterdam en Schiedam weggevoerd.
Bekijk de bronAanbieder
Stadsarchief Rotterdam
Afbeelding van Joseph Hendrikus (Joop) Tournier
Ontbreekt een portretfoto, of kan je ons helpen met een betere afbeelding van Joseph Hendrikus (Joop) Tournier, dan kan je deze hier toevoegen. Ook is het mogelijk om de bestaande portretfoto beter bij te snijden.
Heeft u bezwaar tegen de vermelding van deze persoon?
Laat het ons weten door een e-mail te sturen naar info@oorlogsbronnen.nl



