Wijnand Langeraar is op 2 november 1915 in Amsterdam geboren als zoon van Wijnans Cornelis Langeraar en Elizabeth Kater. Na de middelbare school in Haarlem wordt hij in 1933 adelborst in Den Helder. In 1936 wordt hij officier en in 1937 gaat hij op de kruiser Hr.Ms. De Ruyter naar Nederlandsch-Indië. In 1939 wordt hij op de mijnenlegger Hr.Ms. Abraham Crijnssen geplaatst met standplaats Soerabaja. Op 5 mei 1940 wordt hij overgeplaatst naar de mijnenveger Hr.Ms. Abraham van der Hulst. Via Den Oever wil hij naar Engeland varen, maar het schip wordt teruggeroepen om hoge functionarissen van de krijgsmacht mee te nemen uit Enkhuizen. Als het gerucht hem bereikt dat de Duitsers al op de Noordzee ter hoogte van Den Oever zijn, wordt het schip door de bemanning tot zinken gebracht om te voorkomen dat het in handen zou vallen van de Duitsers. Het is er erg ondiep is, zodat het zinken niet lukt, en de Duitsers het schip later toch gebruiken. In juli 1940 ondertekent hij de erewoordverklaring, zodat hij weer naar huis mag gaan. Op 28 maart 1941 onderneemt Wijnand zijn tweede poging om naar Engeland te gaan. Vanaf het strand van Zandvoort vertrekt hij met de koopvaardij-officieren John de Zwart en Willem van Gorkom, maar ze komen niet door de branding. Bij Scheveningen komen ze weer aan land. Langeraar ontsnapt, de twee anderen worden gearresteerd. Zijn derde poging, op 23 juni 1941, onderneemt hij samen met Huib van der Stadt, Arnold Koldewijn, Hendrikus Johannes Bouvy, J. van der Plas en Willem Gerbrandy, neef van minister-president P.S. Gerbrandy. Een verzetsgroep heeft een motorboot klaargelegd op de werf van P. Doornbos in Diemen. Ze zouden vertrekken vanaf de Hondsbossche Zeewering en de boot zou de avond voor hun vertrek naar Petten worden gebracht. Voordat Langeraar en de zijnen de boot te water kunnen laten, worden ze echter door Duitse soldaten ontdekt. Langeraar, Koldewijn en Van der Stadt worden gearresteerd en naar het Huis van Bewaring in Scheveningen (het 'Oranjehotel') gebracht. Langeraar belandt in cel 628, nadat een SS-er zijn 20 zilveren guldens heeft afgepakt. Zijn celgenoot wordt de gereformeerde Frits van Kesteren. Later worden ze overgeplaatst naar Utrecht, eerst naar het Wolvenplein, dan naar de gevangenis in de Gansstraat. Hij wordt veroordeeld tot 4 jaar tuchthuis. Via Kleef, Keulen en Bonn komt hij terecht in een tuchthuis in Siegburg. Hij wordt vluchtgevaarlijk gevonden en mag niet buiten het kamp werken. Na een opleiding tot kleermaker moet Wijnand uniformen van gesneuvelde Duitsers repareren. Hij overleeft een vlektyfusepidemie en wordt op 10 april 1945 door de Amerikanen uit het kamp bevrijd. Tot 22 mei 1945 fungeert Wijnand als tolk voor de Amerikanen. Op die dag vertrekt hij, gekleed in een Duits uniform, in een Amerikaanse auto naar huis. Na enkele dagen stuurt de marine hem naar IJmuiden om Duitse krijgsgevangenen te bewaken die naar Engeland worden gebracht. Na de oorlog blijft Wijnand bij de marine. In 1946 wordt hij weer naar Nederlands-Indië gestuurd en wordt hij in Batavia benoemd tot adjudant van de Lt. Gouverneur-Generaal Van Mook. In juli 1946 trouwt hij met Sophia Ida Bartlema, de dochter van de vlootpredikant. Ze krijgen vier kinderen. Terug in Nederland volgt hij een studie geodetisch ingenieur. Eind 1951 wordt hij benoemd tot navigatie officier op het vliegkampschip Hr.Ms. Karel Doorman. Uiteindelijk wordt hij chef Hydrografie bij de marine. Na zijn pensionering wordt hij professor aan de TU in Delft, afdeling scheepvaart. Daarna verhuist hij met zijn gezin naar Frankrijk. In 1986 overlijdt zijn echtgenote, waarna hij naar Nederland terugkeert. Hij hertrouwt met Ed Bartlema-Elgeti, weduwe van Olympisch roeier Hotse Bartlema, en verhuist naar België. Een noodlottig ongeval in Eindhoven maakt op 16 februari 2002 een eind aan het leven van Schout-bij-Nacht Wijnand Langeraar.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders
Wijnand Langeraar (Amsterdam, 2 november 1915 - Eindhoven, 16 februari 2002) was een Nederlandse marineofficier. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland heeft hij twee pogingen ondernomen naar Engeland te varen. Bij de tweede poging werd hij gearresteerd en opgesloten in Kamp Schoorl en het Oranjehotel. Na de bezetting vocht hij mee tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog.
Bron: Stichting WO2Net | Oorlogsbronnen.nl