Guido Willem Bendien (19, geboren 7 februari 1921) is opgegroeid in Zeist, waar zijn vader arts is. Na zijn eindexamen HBS-b gaat hij naar de officiersopleiding aan het Koninklijk Instituut voor de Marine in Den Helder. Op 9 mei 1940 wordt hij toegevoegd aan de marinestaf in de Amaliastraat in Den Haag. Op 15 mei bevindt hij zich in het algemene hoofdkwartier van de marine aan de Badhuisweg in Scheveningen. Als daar de melding binnenkomt dat de overgave van het Nederlandse leger een feit is, verzoeken Guido en zeven mede-adelborsten hun commandant hen opdracht te geven te proberen het land te verlaten. ‘Na tien minuten stonden wij met z'n achten weer bij hem. 'Er is plaats voor twee adelborsten op een Scheveningse vissersboot die door Shell is gekocht. Jullie twee moeten naar het havenkantoor gaan' (en hij gaf mij een papiertje met het adres). Ik was dus één van de gelukkigen.’ De Shell-directie heeft de motorlogger ‘Alida’ (de SCH-6) gekocht met het doel personeelsleden, archiefstukken, kantoormeubilair en tekeningen van boorterreinen en raffinaderijen naar Engeland over te brengen. Het hoofdkantoor ‘koninklijke’ was al op 14 mei naar Curaçao verplaatst. Met een motorboot wordt de logger de haven van Scheveningen uit getrokken. Terwijl Duitse eenheden Den Haag binnentrekken, vaart de ‘Alida’ de Noordzee op. De volgende dag, om kwart voor vier in de middag, bereikt het schip de Engelse kust. Bij Ramsgate gaat de bemanning aan wal. In Londen wordt Guido toegewezen aan de marine. Van 8 december 1940 tot 27 mei 1941 dient hij aan boord van de ‘Hr. Ms. Heemskerck’. Vanaf 1 september 1941 wordt hij in Fort Williams, Schotland, opgeleid voor dienst op een motortorpedoboot. Na een maand wordt hij ingedeeld bij het 9th MTB Flotilla. Op 27 maart 1942 wordt Guido commandant van de Hr.Ms. MTB 22 en de Hr.Ms. MTB 28 op Curaçao. Eind december 1943 vertrekt hij op de ‘Queen Mary’, met 23.000 militairen aan boord, via New York naar Liverpool. Op oudejaarsdag wordt hij in Londen opgewacht door Hans Larive, de commandant van het MTB-flottille in Dover. Op 14 januari 1944 volgt hij Larive op als commandant van de Hr.Ms. MTB 203. Zijn boot loopt op 17 mei 1944 voor de Franse kust op een Duitse mijn. Bendien wordt gehospitaliseerd en daarna afgekeurd voor militaire dienst. Hij trouwt met de Engelse Dora Dawson-Reid (1922), met wie hij twee kinderen krijgt. Na de oorlog werkt Guido Bendien tussen 1949 en 1957 op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag bij het Bureau Decoraties. In januari 1958 wordt hij geplaatst bij de permanente vertegenwoordiging van Nederland bij de Europese gemeenschappen in Brussel. ln de jaren zestig en zeventig is hij werkzaam in de Nederlandse diplomatieke dienst, onder meer in Nigeria en India. Van juni 1977 tot oktober 1979 is hij ambassadeur in Koeweit en van november 1979 tot april 1983 ambassadeur in Venezuela. Hij overlijdt op 5 mei 1990 in Florence.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders