Gerard Antoine Jan Carlier is op 23 januari 1917 in Palembang (Zuid-Sumatra) geboren als zoon in een Nederlands-Indische familie. In Nederland ontwikkelt hij zich tot een talentvol atleet. Als lid van de Amsterdamse atletiekvereniging AV'23 neemt hij in augustus 1936 deel aan de Olympische Zomerspelen in Berlijn als hoogspringer, waarin hij met een sprong van 1.80 m zijn persoonlijk record vestigt maar niet doorstoot naar de finale. In september 1938 meldt Gerard Carlier zich als cadet bij de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda voor een opleiding tot infanterieofficier van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL). Hoewel hij aanvankelijk een loopbaan als vlieger wenst, doorloopt hij de officiersopleiding. Daags voor de Duitse inval wordt de KMA overgeplaatst naar Haarlem. Tijdens de meidagen patrouilleert hij in de regio Haarlem. Hij verricht bewakingstaken en zoekt naar vermeende parachutisten. Als Nederland op 15 mei 1940 capituleert, opperen enkele cadetten en leerkrachten het idee om IJmuiden te bereiken om naar Engeland over te steken. Dit wordt hen verboden door de commandant van de KMA en na een paar weken keren de mensen van de KMA terug naar Breda. Gerard Carlier tekent op 14 juli 1940 de door de bezetter opgelegde erewoordverklaring waarmee hij belooft geen actieve strijd tegen Duitsland te voeren. Daardoor blijft hij aanvankelijk buiten krijgsgevangenschap. In het najaar van 1940 begint Gerard een studie Wiskunde aan de Gemeentelijke Universiteit Amsterdam. Tijdens zijn studententijd raakt hij betrokken bij het verzet: hij verspreidt illegale propaganda, onder andere door materiaal dat de Britse luchtmacht afwerpt te vermenigvuldigen en werkt mee aan het verspreiden van Vrij Nederland. Veel van zijn kameraden lopen tegen de lamp. In januari 1942 is hij daarom betrokken bij de mislukte poging van zijn achterneef, student medicijnen, Ed Barten en bankierszoon Henk Peper om vanaf het strand van Zandvoort per boot naar Engeland te reizen. De poging mislukt vanwege streng winterweer. Gerard Carlier keert terug naar Amsterdam. Enige tijd later ontkomt hij tweemaal aan arrestatie door de Duitsers dankzij het optreden van zijn latere echtgenote Wilhelmina Jantina Waterberg en duikt hij onder. Op 15 mei 1942 roept de Duitse bezetter opnieuw alle beroepsofficieren en cadetten op zich te meldenvoor een controle, ditmaal met het doel hen in krijgsgevangenschap af te voeren. Na rijp beraad meldt Gerard zich ondanks het gevaar bij de Palmkazerne in Bussum maar ontsnapt diezelfde nacht samen met collega-cadet Willem Brederode door uit een rijdende trein te springen die onderweg is naar een krijgsgevangenenkamp in Duitsland. Na deze ontsnapping duikt hij onder en wordt weer actief binnen zijn oude verzetskring en krijgt hij weer contact met Ed Barten. Ze raken betrokken bij de ontsnappings- en inlichtingenorganisatie Luctor et Emergo. Met hulp van verzetsvrouw Nel Lind van deze organisatie begint Gerard op 10 augustus 1942 aan zijn definitieve Engelandvaart. Met valse papieren, geregeld via de Belgische verzetsgroep Witte Brigade, reist hij zuidwaarts via Brussel, Lyon, Marseille naar Perpignan. Pogingen om de demarcatielijn bij de Franse grens te passeren, mislukken meerdere malen. Contactadressen blijken onjuist en de Nederlandse consul in Marseille biedt geen steun. Uiteindelijk treft hij in Perpignan de Nederlandse vertegenwoordiger Joop Kolkman, die meerdere Engelandvaarders helpt. Daar ontmoet hij ook zijn oud-schoolgenoten Dirk van Ardenne en Willem Boldingh. Op 29 september 1942 steekt hij de Pyreneeën over naar Spanje. Vanuit Cadiz vaart Gerard Carlier op 4 oktober 1942 met het schip Cabo de Buena Esperanza naar de vrije Antillen en op 29 oktober 1942 arriveert hij in Suriname. Daar stelt hij een rapport op over Luctor et Emergo voor Jan Marginus Somer, chef van het Bureau Inlichtingen te Londen. Ook verzoekt hij om terugzending naar Europa als geheim agent maar dit wordt geweigerd. In Suriname wordt Gerard betrokken bij de heropbouw van het KNIL en dient hij als commandant van een compagnie Surinaamse vrijwilligers. Hij volgt ook een aanvullende opleiding aan de US Army Infantry School en werkt kort voor de Nederlandse Purchasing Commission in de Verenigde Staten, waar hij bij de inkoop van wapens is betrokken. Tijdens zijn verblijf in de VS probeert hij zich aan te melden voor parachutisten- en pilotenopleidingen maar deze worden afgewezen. In juli 1945 vertrekt hij met het Derde Detachement Overzee naar Australië. Na de Japanse capitulatie dient hij op Timor en Sulawesi en is hij betrokken in de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog. Na zijn militaire loopbaan treedt Gerard Carlier in dienst bij Philips waar hij een internationale managementcarrière opbouwt in Zuid-Amerika en Spanje. Gedurende deze periode verricht hij ook inlichtingenwerk in de context van de Koude Oorlog. Gerard Carlier overlijdt op 1 februari 1995 in El Campello, Spanje. Zijn jongere broer Antoine George Menne Carlier ls ook Engelandvaarder.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders