Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Aart van Wijngaarden

Rotterdam, 5 december 1924 - locatie onbekend, datum onbekend

Aart van Wijngaarden was nog maar 15 jaar toen in 1940 de oorlog uitbrak. Al vanaf het eerste moment zocht hij naar een manier om in zijn woonplaats Rotterdam actief iets tegen het nazisme te ondernemen. Maar door financiële problemen thuis en het overlijden van zijn vader kwam het er niet van. Toen WA-mannen op straat Joden begonnen op te pakken, ging Aart met andere Rotterdammers proberen hen te bevrijden; tot zijn verbazing deden Joden zelf geen enkele poging om te vluchten. In zijn jeugdige naïviteit snapte hij niet dat zij nergens heen konden.

In de loop van 1942 werd Aart opgeroepen voor de Arbeidsdienst. Hij weigerde resoluut en schreef een brief aan het aanmeldingsbureau, waarin hij aangaf dat ze daar de pest konden krijgen. Als gevolg daarvan deed men een inval in zijn huis, maar hij was gelukkig niet thuis. Geschrokken regelde hij via een vriend een onderduikadres in het Gelderse dorpje Gelselaar en vertrok. Aart werd opgenomen in een boerengezin, waar hij een redelijk comfortabel leven had, maar hij zocht nog steeds naar een mogelijkheid om in verzet te komen tegen de Duitse bezetter.

In Gelselaar arriveerden intussen steeds meer onderduikers. Met drie van hen beraamde hij een plan om niet machteloos het einde van de oorlog af te wachten, maar zelf aan de strijd deel te nemen. Ze besloten om via Portugal naar Engeland te gaan. Op 15 februari 1943 vertrokken Aart (18), Joop Gast (17) en Jan te Winkel (19) één voor één richting Bergen op Zoom. Eén van de vier kwam een dag later dan afgesproken aan, naar zijn zeggen doordat er een inval was geweest bij zijn ouderlijk huis waarbij zijn vader was gegijzeld.

Het overgebleven drietal reisde met de trein via Putte naar Antwerpen en Brussel. Van daar af namen ze de trein naar Arlon, waar ze bijna werden gepakt tijdens een controle, maar ze konden zich in het toilet achter de pij van een geestelijke verbergen. Vanaf Arlon liepen ze naar Aubange, daar staken ze de Franse grens over door zich in een groep staalarbeiders te mengen. Op 20 februari kwamen ze in Longwy aan en wilden van daar af de trein naar Parijs nemen, maar werden plotseling op het perron ingesloten door Duitse Feldgendarmerie en gearresteerd.

De achterblijver had hen verraden, zou veel later blijken. Ze werden opgesloten en hardhandig verhoord door de Sicherheitsdienst. Aart hield zich aan het verhaal dat ze hadden afgesproken: ze waren op weg naar de kust om aan de Atlantikwall te werken. Na enkele dagen werd Aart naar de gevangenis van Nancy vervoerd, kennelijk met de bedoeling later samen met zijn vrienden te worden gefusilleerd. Enkele dagen later werd Aart medegedeeld dat hij over twee dagen, om zeven uur ’s ochtends, zou worden geëxecuteerd. Maar op het bewuste uur kwam niemand hem halen. Pas enkele uren later werd hij uit zijn cel gesleept en werd hem verteld dat zijn doodstraf was omgezet tot dwangarbeid.

Hij werd vervoerd naar het interneringskamp Compiègne, waar hij bleef tot eind mei 1943. Vervolgens werd hij op transport gezet naar het concentratiekamp Buchenwald. Daar werkte hij als dwangarbeider, eerst als steenhouwer, later in de nabijgelegen wapenfabriek, waar hij zijn best deed om zo veel mogelijk defecte wapenonderdelen in omloop te brengen. Hij was getuige van talloze wreedheden tegenover zijn medegevangenen en wist zelf enkele malen ternauwernood aan de dood te ontsnappen. In de zomer van 1944 werd de wapenfabriek van Buchenwald door de geallieerden gebombardeerd. Aart werd op transport gezet naar het subkamp Mittelbau-Dora.

Daar werd hij, na een gruwelijke reis die veel van zijn medegevangenen het leven kostte, aan het werk gezet als magazijnchef in de fabriek waar de V-1 raket werd gemaakt. Hij was in de gelegenheid om regelmatig essentiële onderdelen van de raketten te saboteren, enkele malen een stroomstoring te veroorzaken en de bestellingen zodanig aan te passen dat belangrijke onderdelen te laat werden geleverd. De geallieerden rukten op en begin april 1945 werd Aart op transport gezet naar het concentratiekamp Bergen-Belsen.

Daar werd hij ondergebracht in de kazerne, omdat de SS elders nodig was en geen tijd had om de gevangenen in het werkelijke kamp onder te brengen. Gedreven door honger sloop Aart op 14 april 1945 een provisiekelder in. Daar werd hij betrapt door een SS-Scharführer. Na een korte worsteling wist Aart de Duitser een mes te ontfutselen, hij stak hem meerdere malen in zijn middenrif. De SS-er probeerde vervolgens Aart te wurgen, maar Aart plaatste zijn handen om de keel van de Duitser en wist hem te doden.

Hij verborg zich op de zolderetage en wist later te ontsnappen. De volgende dag reden geallieerde tanks de binnenplaats van de kazerne op. Aart was bevrijd. Zijn twee mede-Engelandvaarders hadden de oorlog niet overleefd, de persoon die hen verraden had wel. In vrachtwagens werden Aart en zijn medegevangenen naar hun land van herkomst vervoerd. Onderweg aten ze wat ze vinden konden, één keer stalen ze zelfs jong vee uit een weiland om het te slachten en te roosteren boven een vuur.

Op 30 april kwam Aart in Eindhoven aan, hij verbleef er een tijd bij een gezin in Strijp. Daar kwam de wijkpredikant op bezoek, die hem vroeg of hij tijdens zijn gevangenschap gebeden had. Toen Aart dat bevestigde, zei de predikant: ‘Nou, dan is alles toch goed?’ Op 1 juni reisde Aart met de bus naar Rotterdam. In gesprek met een predikant kwam hij tot de conclusie dat het blijkbaar de bedoeling was dat hij al zijn ervaringen moest onderdrukken. Dat deed hij, totdat hij in de jaren tachtig na een zenuwinzinking in de Jelgersma-kliniek in Oegstgeest werd opgenomen en onder begeleiding van professor Jan Bastiaans als therapie al zijn ervaringen op papier zette. Het is dankzij die therapie dat we nu nog weten wat voor gruwelijkheden deze jonge Rotterdammer heeft doorgemaakt. 

Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders

Beroep (tijdens de oorlog)Mechaniker

Het leven tijdens de oorlog van Aart van Wijngaarden

1943
15 februari 1943 - datum onbekend

Tocht naar Engeland

27 juni 1943 - datum onbekend

Gevangen in Buchenwald

Bronnen

Dit zijn de bronnen die bij Oorlogsbronnen bekend zijn over deze persoon.

  • Digitaal Monument Engelandvaarders

    Het Digitaal Monument Engelandvaarders presenteert de Engelandvaarders, hun helpers en de Nederlandse militairen die tijdens de inval van het Duitse leger in Nederland op bevel van hogerhand of op eigen initiatief naar Engeland uitweken. Op dit moment bevat het monument meer dan 7000 namen, waaronder bijna 3000 namen van Engelandvaarders.

    Bekijk de bron
    Aanbieder
    Museum Engelandvaarders
  • Geregistreerde oorlogsslachtoffers

    180.000 Nederlanders zijn door de Oorlogsgravenstichting geregistreerd als oorlogsslachtoffer. Op Oorlogsbronnen vind je persoonsdata over deze mannen, vrouwen en kinderen die tijdens de Tweede Wereldoorlog of de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog zijn omgekomen. Het gaat zowel om militairen als burgers.

    Bekijk de bron
    Aanbieder
    Oorlogsgravenstichting
  • Nederlandse Dwangarbeiders

    Onderzoek van Dr. Reinoutje Kaas naar Nederlandse gevangenen.

Afbeelding van Aart van Wijngaarden

Ontbreekt een portretfoto, of kan je ons helpen met een betere afbeelding van Aart van Wijngaarden, dan kan je deze hier toevoegen. Ook is het mogelijk om de bestaande portretfoto beter bij te snijden.

Heeft u bezwaar tegen de vermelding van deze persoon?

Laat het ons weten door een e-mail te sturen naar info@oorlogsbronnen.nl

Ontvang onze nieuwsbrief
De Oorlogsbronnen.nl nieuwsbrief bevat een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
WO2NETMinisterie van volksgezondheid, welzijn en sport
Contact

Weesperstraat 107
1018 VN Amsterdam

info@oorlogsbronnen.nl
Deze website is bekroond met:Deze website is bekroond met 3 DIA awardsDeze website is bekroond met 4 Lovie awards