Gijsbert den Besten is op 24 januari 1922 op Ambon geboren. Hij studeert in Utrecht en is betrokken bij het Utrechts Studentenverzet. Hij vertrekt begin januari 1944 met Ferry Staverman (eveneens uit Indië) via Lille naar Parijs, waar zij in Hôtel de l'Observatoire, Boulevard Saint-Michel, een kamer nemen en op de komst van Sam Timmers Verhoeven en Chris van Oosterzee wachten, die enkele dagen na hen vertrokken zijn. Het viertal blijft nog drie weken in Parijs en ontmoet onder anderen de Engelandvaarders Han Langerer, Johannes Sinnige en Rudy Zeeman. Albert Starink, die behoort tot de hulporganisatie Dutch-Paris, brengt hen in contact met iemand die goede valse papieren maakt. Op 3 februari 1944 vertrekken ze 's avonds vanaf het Gare d'Austerlitz; Roger Bureau reist met hen mee. Twaalf uur later komen ze in Toulouse aan. Ze worden opgewacht door Pierre Treillet. Men kent hem als 'Palo', hij is gids voor Dutch-Paris. Hij reist mee naar Cazères, waar ze in een huis worden ondergebracht en waar ze nog andere Engelandvaarders aantreffen: Vic Lemmens (een kok uit Utrecht), Arjaan Hijmans, Johan Pieter de Veer, David Blanes en Mac (een Australische piloot). De volgende dag worden ze met de auto naar Arbasse gebracht, waar nog 20 Amerikanen aan de groep worden toegevoegd. Er komt een tweede gids bij: Henri Marot, beter bekend als 'Mireille', daarna kan de tocht door de Pyreneeën beginnen. Op een hoogte van 1800 meter wordt het moeizaam. Op sommige delen is de sneeuw 70cm diep. Bij de Col de Portet d'Aspet kunnen ze enkele uren in een cabane uitrusten. Het is inmiddels 6 februari, de verjaardag van Timmers Verhoeven. Kort nadat ze vertrekken, slaat Palo alarm. De achterste helft van de lopers rent terug naar de cabane, de voorste helft rent met Mireille naar de bossen. Daarna gaat Mireille weg om Palo te zoeken. Hij wordt door twee Duitsers aangehouden, maar doet zich zwak en ziek voor. Terwijl één Duitser een brancard gaat halen, slaat hij de andere Duitser neer en ontsnapt. De mannen in de cabane worden door de Duitsers meegenomen, onder wie Langeler en Lemmens, die later uit de gevangenis van St. Michel ontsnappen. Ook Hijmans, Blanes, Sinnige, Staverman en De Veer worden gearresteerd; zij komen in het doorgangskamp Compiègne bij Parijs terecht. Op 6 april 1944 gaan de mannen op transport naar Mauthausen. Daar overlijden ze. De mannen die zich in de bossen verstopt hebben, gaan in groepjes alleen verder. Timmers Verhoeven en Den Besten lopen naar het Westen en zwerven enkele dagen in de bergen rond. Als een voet van Den Besten bevriest, gaan ze terug naar Toulouse. Daar treffen ze niet alleen de ontsnapte Langeler en Lemmens aan, maar ook Rudy Regout, Pim de Nerée tot Babberich, Dick Nederlof, Klaas Conijn, Jan Weve, Bert van Holk en later ook Dolf Mantel en Cyril Gips. Tijdens zijn verhoor op 18 januari 1945 bij de Politie Buitendienst in Engeland vertelt hij over het verbranden van de studentenadministratie in het Universiteitsgebouw toen de bezettende macht dreigde dat studenten te werk zouden worden gesteld in Duitsland. De brand blijkt te zijn aangestoken door Gijs den Besten, Wim Eggink (sociale geografie), Frits Iordens en Geert Lubberhuizen (beiden Utrechts Kindercomité) en Rutger Matthijsen (scheikunde).
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders