Jan Willem de Korver (22) studeert mijnbouwkunde aan de Technische Hogeschool Delft. Nadat hij zijn studie beëindigt vindt hij een baan bij het Bedrijfschap voor Zuivel in Den Haag. Daar ontmoet hij onder anderen Jan de Brabander (22), die met zijn oudere broer bij zijn ouders in Scheveningen woont. De Brabander is een fanatiek zeiler en bevriend met Simon Fonteijn en diens broer Leo. In 1941 richt het viertal vrienden een eigen verzetsgroepje op. Ze verzamelen informatie en maken foto's. Ook krijgen ze van de broer van Jan de Brabander, die in contact staat de Vrij Nederland-groep, foto's en papieren over Duitse versterkingen. Samen met Jan de Jager pleegt de groep een overval op het NSB-huis in het Belgisch Park in Den Haag, waarbij ze ontwerptekeningen voor de bunkersystemen langs de Nederlandse kust buit maken. Het viertal maakt in 1941 plannen om met een opvouwbare kano naar Engeland te gaan. Ze hebben twee buitenboordmotoren geregeld. Op 23 december 1941 nemen Simon Fonteijn en Jan de Brabander de boot mee naar het Seinpostduin in Scheveningen. Jan de Korver en de broer van Jan de Brabander nemen ieder een buitenboordmotor mee. De Korver en De Brabander gaan de zee op, de andere twee blijven op het strand achter. Nadat ze een aantal uren gevaren hebben en daarbij steeds veel water hebben gemaakt, gooien ze de te zware motoren over boord. De wind blaast hen terug naar de Hollandse kust en ongezien komen ze bij Monster aan land. Door de duinen wandelen ze terug naar Scheveningen. In 1941 is het duingebied nog redelijk toegankelijk. De familie Fonteijn wil met een aantal Joden naar Engeland. Om aan een boot te komen vraagt de broer van mevrouw Fonteijn advies aan Aalbert de Jong, een voormalige Scheveningse haringvisser, wiens boot in beslag was genomen. De Jong werkt op vliegveld Ypenburg. Daar werkt ook Dirk Storm, eveneens uit Scheveningen. Storm is een NSB'er, maar dat weet De Jong niet. Aalbert vertelt Storm dat hij een boot zoekt voor Joden die willen vluchten. Het verraad begint. De groep Engelandvaarders bestaat uit twaalf Albert en Philip Beek, Jan de Brabander, Eddy Diamant, de broers Simon en Leo Fonteijn, Jan de Korver, Albert Levy, Alexander Mazeï, Siegfried Seemann, Willem van Wieringen en zijn zoon Simon. A. Groen zou meegaan, maar wordt enkele dagen voor het vertrek op zijn schuiladres (Nachtegaalplein 16) in de Haagse Vogelwijk gearresteerd. De vertrekdatum wordt vastgesteld: in de nacht van 4 januari 1942. Enkele uren eerder is het schip, de SCH 81, de haven van Scheveningen binnengelopen. Het schip is door de Duitsers geleend van NSB'er Simon Vrolijk, een van de directeuren van Scheveningse N.V. Vischhandel, Reederij en IJsfabriek v.h. Frank Vrolijk. De Korver en De Brabander lopen op 4 januari met Eddie Diamant naar de haven, ieder een aktetas met een pistool en wat eten onder de arm. Ze komen als eersten aan boord. Ook de anderen komen aan boord en Van Wieringen betaalt De Jong ongeveer 5000 gulden. Storm zal als schipper meegaan. Wegens te harde wind wordt het vertrek uitgesteld. Intussen arriveren twee politiewagens bij het schip. De vluchtelingen en hun bagage worden van boord gehaald en naar de gevangenis van Scheveningen gebracht. Alleen Jan de Korver en Jan de Brabander overleven het verraad.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders