Witold (Tolo) Artur Wladyslaw Saryusz Makowski is in 1912 in Sint Petersburg geboren. Hij dient bij het 22e Ulanen Regiment te Brody van 1932 tot 1939 en wordt reserve-officier. In 1936 is hij reserve springruiter op de Olympische Spelen in Berlijn. Ook studeert hij van 1934 tot 1938 economie te Warschau. Tijdens zijn dienst- en studietijd raakt hij bevriend met Wladyslaw Anders, die het team samenstelt voor de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn. Tolo mag als reserve springruiter mee. Na afronding van zijn studie verlaat hij de militaire dienst en wordt hij diplomaat. Zijn eerste post is Leipzig, in 1939 wordt Tolo viceconsul in Amsterdam. Zodra de oorlog in Polen uitbreekt, gaat hij naar Frankrijk om zich aan te melden bij generaal Maczek, die daar bezig is een Poolse cavaleriedivisie op te richten. Maczek gaat met zijn divisie naar Engeland, maar Tolo gaat in opdracht van de Poolse inlichtingendienst weer naar Nederland. In de trein ontmoet hij mevrouw Van der Straaten. Zij introduceert hem in Den Haag o.a. bij Frits Philips en haar dochter Mary. Hij sluit zich aan bij Vrij Nederland en verzamelt voor de Britten informatie over een Duitse invasie in Engeland. Als veel medewerkers van Vrij Nederland worden gearresteerd, duikt hij in Deurne onder bij baron De Smeth. In 1941 probeert hij vanuit Katwijk in een kano naar Engeland te gaan, maar dat mislukt. Tolo beschrijft zijn poging als volgt: 'Katwijk in de nacht van 18 op 19 april 1941: verzetskameraad Pim van Doorn en ik besluiten het erop te wagen. Het weer lijkt goed genoeg voor de overtocht. We bereiken de zee met onze opvouwbare kano via het tunneltje onder het Zeehospitium. Onopgemerkt door de intensief patrouillerende Duitse kustwacht peddelen we door de branding naar dan nog rustig vaarwater. Maar als er een harde wind opsteekt maakt onze kano door de steeds hoger wordende golven snel water. We zijn met ons vaartuigje niet opgewassen tegen het natuurgeweld en dreigen door de golven te worden verzwolgen als boven ons opeens de boeg van een schip uittorent. Het is de Katwijkse vissersboot KW 32 'Sakina'. De bemanning haalt ons aan boord en zet ons achter de Duitse wachtposten bij IJmuiden weer aan land. Aan de moed en daadkracht van de bemanning hebben we ons leven te danken. De 'Sakina' heeft 2 Duitse V-mannen aan boord, die de drenkelingen willen ondervragen. Schipper Willem Ouwehand en stuurman Nico van Beelen zorgen ervoor dat de verkleumde mannen eerst bij een kacheltje kunnen bijkomen, waardoor Tolo ook zijn geheime filmrolletjes kan verbranden. Na aankomst in de haven van IJmuiden leiden de schipper en de stuurman de Duitsers af, waardoor Pim en Tolo kunnen ontsnappen. Bij een tweede poging gaat hij met Freek Kragt te voet en per trein via België naar Frankrijk, waar de Franse politie hen bij Lyon gevangen neemt en naar Fort Chapoly brengt. Met vijf Nederlandse studenten ontsnapt hij uit het fort. Terug in Nederland arresteert de Gestapo hem. Na een verblijf in cel 352 van het huis van bewaring in Scheveningen (het 'Oranjehotel') wordt hij overgebracht naar kamp Amersfoort. Een hoge Duitse officier herkent Tolo als een Olympische ruiter. In augustus 1942 wordt hij 'als door een wonder' vrijgelaten. Hij gaat meteen naar Deurne. Hij logeert eerst weer bij De Smeth, dan bij dokter Wiegersma, en werkt drie maanden bij een boer om zijn conditie te verbeteren. Hij trouwt op 23 december 1942 met Mary van der Straaten en blijft in Deurne wonen. Ze huren een huis van bierbrouwer Swinkels. Ook haar broer Harald logeert er regelmatig. Vanaf 5 oktober 1943 werkt Tolo voor Philips. Op 24 september 1944 trekken de terugtrekkende Duitsers en de bevrijdende geallieerden door Deurne. Tolo's huis brandt af. Ze krijgen onderdak bij dokter Verhagen en kunnen later met een militair transport mee naar Brussel. Daar wordt op 8 oktober hun zoon Jerzy geboren. Na de bevrijding van Zuid-Nederland gaat hij naar Schotland,waar hij verbindingsofficier wordt bij de Poolse divisie binnen het Britse leger. In de laatste kamer van dit museum is zijn uniform te zien. Na de oorlog woont Tolo in Den Haag, waar hij voor zijn schoonvader kan werken bij de British Iron & Steel Corp. Ltd. In 1950 krijgt hij de Nederlandse nationaliteit. Hij is voorzitter van de Bond van Poolse Oud-strijders in Nederland. Hij overlijdt op 9 april 1995 in Den Haag. Als Polen in 1939 wordt binnengevallen, is Tolo’s zus Wanda in Warschau. Ze is vanaf 1 augustus 1944 betrokken bij de opstand van Warschau. Ze is de rechterhand van Tadeusz Bór-Komorowski (1895-1966), commandant van het ondergrondse Poolse leger en later bevorderd tot generaal-inspecteur van de Poolse strijdkrachten. Op 2 oktober 1944 capituleert Komorowski. Hij en Wanda worden gearresteerd en naar Colditz gebracht, waar ze in april 1945 door de Amerikanen worden bevrijd. Voor haar verzetswerk is zij onderscheiden met de Virtuti Militari, vergelijkbaar met de Militaire Willems-Orde. Na haar huwelijk emigreerde ze naar Zuid-Amerika, eerst naar Argentinië, later naar Brazilië.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders