Montaja-Tjisalobak was een jongenskamp op West-Java 35 kilometer ten zuidwesten van Bandoeng en Tjimahi. Het kamp bevond zich op de ondernemingen Montaja en Tjisalobak bij het dorp Goenoeng Haloe (Gunung Halu). Het kamp staat daarom ook wel bekend als Goenoeng Haloe. Van 9 januari 1945 tot 31 augustus 1945 fungeerde Montaja-Tjisalobak als jongenskamp en landbouwkolonie. Er zaten 360 Indo-Europese jongens en enkele vrouwen en kinderen gevangen. Voor het werk kreeg men rijst en andere levensmiddelen, naast een klein loon in geld.