Doek
Ketting en inslag: handgesponnen witte katoen. Techniek: linnenbinding. De doek is versierd met een ribbelpatroon dat ontstaat door in een min of meer vaste volgorde een veel dikkere draad (4-draads, S-twijn) als inslag te gebruiken. De volgorde is: 1 dik, 3 (4) normaal, 2 dik, 3 (4) normaal, 1 dik. De totale breedte van deze groep varieert van 0,75 tot 1 cm en wordt om de 2 cm herhaald. De niet-doorgesneden kettingdraden zijn verwerkt in een decoratief gevlochten rand - 'palmeado' geheten - met een patroon van ruit-in-ruit motieven. Het patroon van ruit-in-ruit motieven bestaat uit een combinatie van enkelvoudig en getwijnd vlechtwerk. De kettingdraden eindigen in franjes.
- RV-5946-437
- servilleta
- doek
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer
