
Haes, D.U. de
Op 18 december 1944 wordt Udo opgepakt tijdens een razzia in zijn woonplaats Zeist in het kader van de arbeidsinzet. In opeenvolgende brieven aan zijn echtgenote en hun kinderen Sigrid en Helias beschrijft hij hoe het hem sinds die datum vergaat. Udo, leraar op een middelbare school en de veertig al gepasseerd, is reumapatiënt. Zwaar bewaakt moeten hij en de andere opgepakte mannen door de stromende regen te voet naar Ede, een kleine dertig kilometer verderop, vanwaar de tocht verder zal gaan naar Arnhem. Door de vele bagage en de reuma is de voettocht nauwelijks op te brengen voor Udo, die onverstandig genoeg op het laatste moment thuis zijn schoenen verwisselde voor een paar klompen. In een kazerne in Ede wordt hij overgebracht naar een barak voor ernstig zieken. Een dokter raadt hem aan te ontsnappen zodra hij daartoe lichamelijk in staat is. Dat doet hij dan ook in maart 1945, met de hulp van Helen, een leerling van school die hem in Ede is komen opzoeken.
- Haes, D.U. de
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-1867
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer




