
Donkere wolken in de jaren 1944-'45
Op vrijdag 10 november 1944 wordt een razzia uitgevoerd in Schiedam en Rotterdam-Zuid, waarbij 52.000 Rotterdamse en Schiedamse mannen tussen de zeventien en veertig jaar worden opgepakt om in Duitsland te gaan werken. Leen Kapoen, dan negentien jaar, en buurjongen Karel de Krijger, dan achttien jaar, brengen met duizenden andere mannen de nacht door in het Feyenoordstadion in Rotterdam-Zuid. Met een ernstig gebrek aan water, de voortdurende angst voor luchtaanvallen en in een propvolle trein, reizen de dwangarbeiders vervolgens naar een werkkamp dichtbij het Duitse stadje Bocholt, waar loopgraven moeten worden gemaakt. De treinreis van honderd kilometer duurt honderd uur. In het voorjaar van 1945 verblijft Leen, inmiddels gevlucht, bij een gastvrij katholiek boerengezin in de buurt van Keulen. Op 6 juni is hij terug in Nederland. "Om een uur of twaalf stond ik aan het Feyenoordstation in Rotterdam. Welk een vreugde, na zeven maanden afwezigheid stond ik weer op precies dezelfde plaats waar ik de eerste nacht gevangen was geweest. Nu echter als vrij man in bevrijd Rotterdam.'' Karel de Krijger, de buurjongen, blijkt in Duitsland te zijn overleden.
- Kapoen, L.
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-1857
- Razzia van Rotterdam en Schiedam
- Dwangarbeiders
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer








