
Persoonlijk relaas
Als de negentienjarige M.G. van der Most in 1943 een oproep voor de Arbeitseinsatz krijgt, weigert hij naar Duitsland te gaan en duikt hij onder bij familie en vrienden in Zuid-Holland. Tot hij wordt gearresteerd. Op een avond fietst hij in Dordrecht naar zijn ouderlijke woning: 'Met z'n allen hebben we wat gedronken en zijn toen naar bed gegaan. Ik sliep naast mijn broer Arie. Na enige tijd werd er aangebeld aan de voordeur, het zal 12 uur in de nacht geweest zijn. Moeder opent de deur en de politie, 13 man, stormt binnen.' Tot hij in maart 1945 in Duitsland wordt bevrijd, is het leven van de jonge machinebankwerker vanaf zijn arrestatie een aaneenschakeling van gruwelijkheden in gevangenissen en concentratiekampen. In Neuengamme moet hij onder SS-bewaking op het 'arbeidsambt' in het nabijgelegen Hamburg verschijnen. Daar zegt hij alsnog te weigeren bij een Duitse onderneming te gaan werken. 'Ik was in Neuengammen toen mijn nummer werd afgeroepen op de appèlplaats. Ik moest uittreden. Ik trad naar voren en werd meteen door 2 SS’ers in elkaar geslagen en weggesleept, aan handen en voeten in een bunker gegooid.' Kort daarop reist hij met twee SS’ers per trein naar Berlijn: 'Eenmaal daar, 's nachts, werd ik in een kooi gezet waarin men alleen kon staan. Na enige uren ben ik staande in elkaar gezakt.' De volgende dag wordt hij verhoord: 'Ik werd met mijn lichaam vastgebonden op een stoel, mijn polsen werden op een tafel vastgebonden, mijn handen en vingers lagen op de tafel. Wanneer ik een ontkennend antwoord gaf, werd er met een bajonet op mijn vingers geslagen. Dat ging door tot al mijn vingers verminkt waren. In coma werd ik teruggebracht naar de kelder van het obergericht, waar ik weer terechtkwam in de kooi waarin ik had gestaan voor mijn verhoor.'
- Most, M.G. van der
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-2103
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer






