
Morgen is de kelder klaar
Memoires van Wouter Simon Brons (Den Haag, 1912 - Roermond, 1993), die in 1941 wordt opgepakt bij een poging om naar Engeland te ontkomen. Samen met vriend Ab Nicolaes brengt hij tijd door in het Oranjehotel (de Duitse gevangenis in Scheveningen), Kamp Amersfoort en enkele Duitse concentratiekampen, waaronder Neuengamme, Sachsenhausen en Bergen Belsen. In het laatste kamp worden de twee vrienden bevrijd door de Engelse geallieerden. Enige tijd na de oorlog vertrekt Wout als vrijwillig militair naar Nederlands-Indië. Wouter Simon, volgens zijn verslag opgeleid als scheepswerktuigkundige, speelt met vriend Ab Nicolaes in een soort jazzband. ‘Het begon zo onschuldig; een mobiliserend neutraal Hollandje was de start van een langzaam maar gestadig rollende sneeuwbal, die van mijn leven een onvoorstelbare rotzooi zou maken, de spaarzame gelukkige momenten in dat leven zou vernielen en op de meest onverwachte momenten groter als ooit tevoren komt aanrollen. Met mijn en uw vrijheid in het achterhoofd begon ik aan het gruwelijke avontuur waarvan een summier verslag op de volgende bladzijden begint. Ja summier, want een mensenleven zou ontoereikend zijn om 1 % van de werkelijkheid over te brengen,’ aldus vangt Brons zijn relaas aan. Schenker van deze memoires is de huisarts van de auteur. Op diens aanraden heeft de heer Brons tussen pakweg 1982 en 1993 zijn kampervaringen op schrift gesteld. Lenie, zijn weduwe, heeft het typoscript indertijd overgedragen aan de schenker.
- Brons, W.S.
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-2343
- Concentratiekampen
- Kamp Amersfoort
- Oranjehotel
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer







