
Z., A.M. van
‘We slaan ons vechtend door het moeras, de Rus voor ons uit jagend,’ aldus A.M. van Z. (1922-1981), lid van de 5e SS-Panzer-Division, ingezet aan het Oostfront in 1941. ‘Russen: je ziet ze niet en toch zijn ze overal. Waar je zowat verdrinkt in de bagger, daar wandelen ze nog.’ Te Libau (Letland), waar het meer dan 40 graden vriest, schrijft Van Z.: ‘We gaan naar het front! 40 man in één wagen, een kachel en nog verrekte koud. Mag niet hinderen, ‘‘Es geht ja doch alles for über!’’ We zijn taai en ons doel is de oorlog tegen het communisme. We kaarten maar, er worden sterke verhalen verteld om de tijd te doden. Er zijn idealisten, souteneurs, huisvaders en kwajongens bij.’ Taaiheid valt Van Z. niet te ontzeggen: ‘Iemand staat in de loopgraaf over me heen gebogen. Liggen blijven, schot in mijn rug. Herman verbindt. Ik zie zijn gezicht vertrekken. Ik geef hem een poot en wil weggaan. Mijn voeten zijn zo zwaar. Alles wordt zwart. Als ik weer bijkom lig ik in een bed met lakens.’ In mei 1945 geeft de divisie zich over aan het Amerikaanse leger: ‘Onze bewakers zijn bang van ons. SS-reputatie. Ik lach sarcastisch. Wat wacht ons SS straks. In Holland misschien de kogel. Je bent toch niet voor niets 5 jaren lang als landverrader gebrandmerkt.’ Aan het oostfront ontmoet hij diverse vrouwen met wie hij iets krijgt, maar Wilma leert hij kennen in zijn woonplaats Den Haag, als hij in de zomer van 1943 zes weken verlof heeft: ‘Ik koop bloemen, bonbons, een boek, kom tegen een uur of acht aanwaaien. Het is gezellig en het wordt laat. Heb ik teveel gedronken? Ik doe een huwelijksaanzoek. Spottend. Ze weigert. 14 dagen later zijn we getrouwd.’ In 1946 komt Wilma om bij een verkeersongeluk.
- Z., A.M. van
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-2207
- SS
- Oostfrontstrijders
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer






