
Steenman, T.
‘Alles ging staken trams reden niet meer Gem. Reiniging staakten vanwege de joden,’ aldus Tilly Steenman (geboren 20-1-1921) over de Februaristaking in 1941. ‘De volgende dag zou de Polizei er wel even bij te pas komen een paar knallen en alles ging weer netjes aan het werk. Als je niet maakten dat je wegkwam kreeg je een opduvel.’ De twintigjarige Amsterdamse, die op een kantoor werkt en een opleiding tot tandartsassistente wil gaan volgen, brengt veel tijd door met uitgaan (naar ‘de bios’), tennissen (o.a. in de Apollohal) en danslessen volgen bij Dansschool Sandmann. Afgezien van de Februaristaking komt de oorlog in Tilly’s dagboek weinig ter sprake. Op een avond bezoekt Tilly met iemand echter kennissen aan de Admiraal de Ruyterweg: ‘Zo laat geworden. Er ging geen tram niets meer.’ Bij gebrek aan brandstoffen is er anno 1941 de fietstaxi: ‘Goed wij een fietstax. Leuk met een tandem voorop de mannen trapten hun eigen ongelukkig. De één had het nog warmer dan de ander. Het was duur maar wij hadden plezier. Het was de laatste keer, daarna is de fietstax afgeschaft.’ Thuis bij de familie Steenman in Amsterdam-Oost speelt er zich in 1942 een ‘klein’ drama af: ‘Om 9 uur hoorden wij schreeuwen, de konijntjes. Daar was die oude konijn die kleintjes aan ’t afmaken. Ik riep papa en haalde ondertusschen de andere kleintjes eruit. Een had hij in zijn bek om te laten stikken. Papa werd zoo nijdig hij pakte de groote, zei ‘‘Als hun dood moet ga jij ook’’ en smeet hem met kracht tegen de schutting. Waar hij op sterven na dood was. Hij schrok wel, zoo was de bedoeling niet geweest papa deed het in zijn drift. Na een uurtje was het konijn dood. Ik vond het toch zoo zielig maar anders hadden de kleintjes doodgegaan.’
- Steenman, T.
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-2289
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer






