
Boekje van Gerrit Spijkerman Tijdens Krijgsgevangingschap
In 2013 schrijft de schenkster van dit document: ‘Mijn moeder ontruimt huizen van mensen die zijn overleden of naar verzorgingstehuizen gaan. Nu vond ze een kleine agenda van een heer tijdens zijn krijgsgevangenschap in de oorlog. Er is geen familie meer van deze persoon (bekend van ons, de opdrachtgever voor de ontruiming is een instantie).’ Het betreft een zakagendaatje van 1941, waarin de machinist G.J. Spijkerman van januari tot december 1945 een dagboek bijhoudt. Spijkerman (woonplaats en geboortedatum onbekend) is dan krijgsgevangene in een Duits gevangenenkamp in de omgeving van Heidelberg. Als dwangarbeider verricht hij hoofdzakelijk werk op het land. Daarbij lijdt hij erge honger. Dit grotendeels met potlood beschreven dagboek bestaat dan ook hoofdzakelijk uit (buitengewoon moeilijk leesbare) aantekeningen over eten en het gebrek eraan. ‘Eten zeer slecht. Anderhalve aardappel met lepeltje zuurkool, geen pakketten meer, geen rookerij,’ noteert Spijkerman bijvoorbeeld in januari 1945. En ook: ‘Generaal bezoekt keuken, we hebben een zeer goede hap die dagen de Generaal vind het prima. Niemand van de koks durft een mond open te doen om tegen de Generaal te zeggen dat er een order was voor een beste hap te geven.’ In Nederland is het in die periode Hongerwinter: ‘Vandaag berichten van hongersnood in Holland. Dat is wat. Zelf hebben we witte kool gepikt en aardappelen zoodat we niet verrekken van de honger. Blijf vandaag in de cel. Mijn naam op de celdeur gekrast naast andere nationaliteiten.’
- Spijkerman, G.J.
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-2014
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer





