
Barend, Freek, Evert, Antoon, Niekerk, S.S., Visser, E.J., Remmerswaal, A., Stevens, Ton J., Deursen, R.J.van
Op een kaartje schrijft Barend dat hij in een stikdonkere trein in Amersfoort zit en hij bedankt voor de gekregen handdoeken. Freek schrijft uit Düsseldorf dat het wel uit te houden is. Ze slapen met twee man op een kamer en na chauffeur te zijn geweest is hij nu kok voor dertig man. Hij heeft tot nu toe geen honger gehad. Bij de paardenrennen doet hij mee aan het gokken. Met de Duitse bevolking kan hij wel opschieten. Evert vertelt dat hij in het ziekenhuis in Hamburg goed verzorgd wordt. Met Kerstmis heeft hij goed te eten gehad. Iemand schrijft uit Kassel dat het werken in Duitsland vergeleken met het werken bij de COOP een verschil is als tussen hemel en hel. Zijn kameraden raden hem af er verder over te vertellen, maar de ontvanger zal wel begrijpen wat hij bedoelt. In de volgende brief werkt hij op kantoor, zoals de meeste briefschrijvers en slaapt in een Lager in Kassel. Evert schrijft dat hij in Hamburg met zo'n honderd man op een zaal slaapt. Antoon vertelt dat hij 9 uur per dag werkt, maar dat hij er volgens hemzelf behoorlijk mee verdient.
- Barend, Freek, Evert, Antoon, Niekerk, S.S., Visser, E.J., Remmerswaal, A., Stevens, Ton J., Deursen, R.J.van
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-1612
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer










