
Onsia, Engbert
Hij eet aardappels in de schil en zijn haar is kortgeknipt. Hij vraagt om een alpinopet. Hij wandelt, sport en moet Duitse boeken lezen. Zijn celgenoot is een Duitser en ze moeten beiden vloeren vegen. Hij informeert nu in zijn brieven uitgebreid hoe het met iedereen gaat en vraagt om winterkleding. Zijn straf is eind december 1942 nog niet bekend. Vanuit de gevangenis Brandenburg-Görden (Havel) schrijft hij in februari 1943 dar hij een jaar straf heeft gekregen. Hij mag in juni pas schrijven en daarna om de 6 weken. In een extra brief in het Nederlands, juni 1943, schrijft hij wat en waar zijn bezittingen zijn, zodat Cor die naar Nederland kan sturen. Hij zegt: "Ik heb niet te klagen, we arbeiden als vrije mensen". In het vorige Lager zijn veel mensen gestorven aan difterie. Misschien was hij ook wel ziek geworden en overleden. Hij mag post ontvangen maar pakketten zijn verboden. Op een volgend kaartje zegt hij dat hij met 16 man in een cel zit en dat hij als draaier werkt. De brief daarop, 5 december 1943, komt uit de gevangenis in Waldheim (Sachsen), waar hij naartoe verplaatst zal zijn. Met zijn gezondheid gaat het goed. Hij vraagt zijn familie in het Duits te schrijven, omdat er geen tolk is. Hij bedankt voor de vele brieven en verlangt naar hen. Hij kijkt uit naar zijn vrijlating, over 6 weken, 15 januari 1944. Eind januari 1944 stuurt de gevangenis een briefje aan de familie, waarin men vertelt dat de auteur ernstig ziek. Hij mag onmiddellijk bezoek ontvangen. Dan komt er 9 februari 1944 een telegram, waarin staat dat zoon Engelbert op 7 februari 1944 in het ziekenhuis is overleden.
- Onsia, Engbert
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-1563
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer





