
Dagboek van een Joodsche Onderduiker
Na de razzia van 20 juni 1943 in Amsterdam duikt de auteur, een ongeveer 60 jaar oude joodse winkelier samen met een dochter onder bij het echtpaar Geertje en Jan in Krommenie. Zijn vrouw is overleden. Behalve de buren weet niemand van zijn aanwezigheid. Bij bezoek moet hij zich verstopppen. Hij is zijn gastgezin zeer dankbaar. Het eten is goed, soms zit hij achter het huis in de zon. Hij leest, helpt met boter karnen, groente inmaken en tabak verbouwen. Hij raakt er helemaal thuis en wordt zelfs dikker. Oorlogsberichten bereiken hem via zijn gastgezin. Hij is bezorgd om zijn kinderen en kleinkinderen, waarvan sommigen opgepakt zijn. In het pikkedonker gaat hij naar de kapper en maakt soms wandelingen om de benen te strekken. Hij viert verjaardagen en feestdagen mee. Op zijn onderduikplek is gasverwarming. De dorpsdokter komt gratis op bezoek. De avondklok wordt ingesteld. September 1944 ontstaat hoop op bevrijding. Als na evacuatie een oude moeder in huis komt wonen moet hij vaker in zijn kamer blijven. In oktober 1944 komt er een einde aan de stroomvoorziening en gaan ze vroeg naar bed maar ondanks alles wordt Sinterklaas gevierd. 16 December 1944 is er een razzia, waarbij hij niet gevonden wordt. Hij eindigt zijn dagboek op 5 mei 1945.
- Blitz, I. (alias Opa Sars)
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-1242
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer




