
Terugblik 1943 - 1945
Om zich aan de arbeidsinzet te kunnen onttrekken neemt de auteur, die uit Den Haag komt, in juli 1943 dienst bij de Amsterdamse politie.<br/>Na zijn opleiding wordt hij in Enschede en Nijmegen gedetacheerd, nadat deze steden gebombardeerd zijn. Na terugkeer in Amsterdam wordt hij als lid van het Politie Bataljon Amsterdam (PBA) in juni 1944 naar Westerbork gestuurd om het doorgangskamp voor joden te bewaken.<br/>De auteur wordt gestationeerd in het Heidelager, een buitenkamp. Vanwege de geïsoleerde ligging van het Heidelager heeft hij, op een uitzondering na, niets gemerkt van transporten uit Westerbork. <br/>De onderlinge sfeer binnen de groep in het Heidelager gestationeerde politiemensen verslechtert. De auteur wil graag onderduiken, maar stelt het uit omdat hij vanwege zijn lengte en zijn uniform makkelijk herkend kan worden. Als hij van een kampbewoner hoort over een komende arrestatie van politiemensen, gaat hij er toch met enkele kameraden in september 1944 vandoor. De auteur duikt dan onder in Beilen.<br/>Via verschillende onderduikadressen in Friesland en Drenthe komt hij bij de stoottroepen terecht. Vlak daarvoor, april 1945, sluit hij zich bij een verzetsgroep aan in afwachting van de komst van de Canadezen. De groep houdt NSB' ers en andere verdachte personen aan en bewaakt een groep van 28 Duitsers die daarna aan de Canadezen wordt gegeven.<br/>De auteur citeert in zijn verslag verschillende historici over de rol van het PBA. Aansluitend geeft hij zijn visie, waarin hij collega's en hun toenmalige gedrag betrekt.
- Bombergen, J.J.
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-1431
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer




