
"Dagboek" van 17 Nov. 1944 t.e.m. 13 juni
Dagboek van een jonge grond- en landbewerker in de Noord-Oostpolder, geboren op 23 januari 1924 en woonachtig in Echten, gemeente Lemsterland (Friesland). Op 17 november 1944 wordt hij samen met zijn collega's opgepakt van het veld en via Kuinre, Vollenhove en Meppel naar Duitsland gebracht, alwaar hij loopgraven moet graven en vervolgens, ongevraagd, een korte militaire opleiding ontvangt. Tot aan het eind van de oorlog verblijft auteur als soldaat-kanonnier (hij bewaakt doorgaans luchtafweergeschut) op diverse plaatsen in Duitsland. Na de capitulatie weet hij na enige repatriëringskampen naar Nederland terug te keren. Het dagboek wordt vrijwel van dag tot dag bijgehouden en is geschreven in een gebrekkige stijl. Opvallend is de toename van het aantal germanismen naarmate het dagboek (en schrijver verblijf in Duitsland) vordert. Dit laatste typeert zijn ontvankelijkheid voor indrukken van buitenaf. <br/>Van enige politieke interesse is in het dagboek geen sprake. Hij accepteert alles wat hem overkomt met een doffe gelatenheid. Het enige wat hem in Duitsland bezighoudt is de vraag: hoe kom ik weer thuis, maar bijvoorbeeld een ontvluchtingspoging wordt zelfs niet overwogen. Aan het dagboek zijn enige teksten toegevoegd van Duitse liedjes, alsmede een "register" van de plaatsen die schrijver tussen 17 november 1944 en juni 1945 heeft aangedaan.
- V., J. R. van der
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-1080
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer




