
Rook, P.
De eerste 133 bladzijden, handelende dus over de tijd vóór juli 1943, zijn niet aanwezig. Blijkens de paginering moeten zij wel bestaan hebben, eventueel nog bestaan. Zij kunnen verloren gegaan zijn, of niet gefotokopieerd; in het laatste geval is de reden waarom dit nagelaten werd (gezien het feit dat het karakter van het geschrift van blz. 134 af tot het slot zich zelf in hoge mate gelijk blijft, hetgeen aanleiding geeft tot de veronderstelling dat de geaardheid van de eerste helft niet veel anders geweest zal zijn, - hierbij ook gelet op het abrupte begin op blz. 134. midden in een situatie, die niet ingeleid of nader verklaard wordt) geheel onduidelijk. Uit de correspondentie, tussen het Rijksinstituut en de schrijver gevoerd, kan blijken, dat op verzoek van deze laatste, die het voor bepaalde doeleinden nodig had, het eerste deel vroegtijdig is teruggezonden. (Wellicht werd bij deze gelegenheid het op papier van het Rijksinstituut getypte lijstje opgemaakt, waarop in zeer korte punten de inhoud van blz. 1-131 werd aangegeven en dat als bijlage bij het dagboek moge gelden. Vreemd is, dat in deze opsomming proces en veroordeling en het begin van de Utrechtse tijd niet zijn aangegeven, wel een oponthoud in het tuchthuis Kassel). Dan nog evenwel blijft het raadselachtig, waarom het niet te gelegener tijd ter fotokopiëring opnieuw is opgevraagd
- Rook, P.
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-864
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer







