
Peters, J.A.
De schrijver is een jonge man uit Nijmegen. Het geschrift moet achteraf zijn samengesteld. Het gedeelte van mei 1940 tot aan het najaar van 1942 is zeer kort. In die tijd (herfst 1942) werd de schrijver in Duitsland bij een boer tewerkgesteld, niet ver over de grens in de buurt van Cleve. Hij maakt dan ook wel eens korte tochtjes heen en terug naar Nederland. Wanneer hij herfst 1944 loopgraven moet gaan graven, vlucht hij naar Nijmegen terug, waar hij de bevrijding en de winter 1944/1945 meemaakt. Het relaas heeft zekere kwaliteiten; het is levendig geschreven. maar niet alles is duidelijk, o.a. doordat de tijdsaanduiding te vaak ontbreekt en het verhaal-tempo ongelijkmatig is
- Peters, J.A.
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-923
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer






