
Landsaat, W.M.
De schrijver is 60-65 jarige werktuigkundige, tekenaar-constructeur, scheepswerktuigkundige. Hij heeft gereisd en gevaren. Tijdens de oorlog is hij zonder emplooi. Zijn dagboek valt in twee scherp te onderscheiden gedeelten uiteen. Het eerste en verreweg het grootste is, met uitzondering van de passage over de meidagen van 1940 in Rotterdam-Zuid, dat een weinig persoonlijker is en althans verhaalt wat zelf beleefd werd.Het bevat vrijwel uitsluitend, aan de couranten ontleend oorlogsnieuws, benevens mededelingen over waargenomen luchtactiviteit, het een en ander gelardeerd met invectieven tegen de Duitsers. Het tweede gedeelte, hooguit l/6 van het totaal beslaand, begint waar de noden van de hongerwinter voor de schrijver en zijn gezin persoonlijk nijpend worden, Was het dagboek tot nu toe extrovert, nu wordt het geheel introvert. De schrijver is geheel op zichzelf geconcentreerd, ziek tengevolge van honger en kou, dientengevolge afhankelijk van zijn vrouw en drie volwassen dochters, geeft zich geheel over aan zijn gevoelens van haat jegens deze vier mensen en concentreert zich verder op zijn grotere en kleinere, intieme lichamelijke noden. Deze gedachten en gevoelens noteert hij dagelijks gedetailleerd in zijn dagboek. <br/>Het gedeelte tussen 22 december 1943 en 1 december 1944 is onvindbaar. Verder werden de passages, handelende over de tijd tussen 1 december 1944 en 12 maart 1945 op het Rijksinstituut overgetypt (buitendien werd als proef - het handschrift is soms enigszins moeilijk leesbaar - één bladzijde gefotokopieerd).
- Landsaat, W.M.
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-122
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer




