
Dagboek van Jacob Dol over het jaar 1945.
De auteur, een 14 jarige jongen, woont in een klein dorp in een polder in Noord-Holland.<br/>Zijn ouders hebben een koe, waar ze dagelijks de melk van karnen en een tuin waar ze groente en fruit verbouwen. Ze ruilen kleren tegen voedsel.<br/>Er komen mensen uit de stad langs om een bordje soep te eten of een nacht te slapen.<br/>Het is het laatste oorlogsjaar. Hij schaatst, sprokkelt hout voor de kachel en in de lente zoekt hij met vrienden vogeleieren, zet visfuiken en zaait in hun tuin.<br/>Hij houdt het weer bij, vertelt over zijn huiswerk en op school behaalde cijfers.<br/>Er zijn vliegtuigen in de lucht, fietsenvorderingen en de Wieringermeerpolder wordt blank gezet. Dan volgt de bevrijding.<br/>Zijn vader wordt weggehaald en overgebracht naar Hoorn, naar de gevangenis "de Krententuin".<br/>In augustus 1945 is hij enige weken in Amsterdam en doet uitvoerig verslag hiervan.<br/>Er zijn op last van de Burgemeester enige tijd medebewoners bij zijn moeder in huis.<br/>Aan het eind van het dagboek is zijn vader nog niet teruggekeerd
- Dol, Jacob
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-1409
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer





