
Regt, C. de
Verslag van de Zeeuwse Cornelia de Regt over het leven op Zuid-Beveland rond de bevrijding van het schiereiland in oktober 1944. Cornelia en haar echtgenoot Pieter, ouders van drie kinderen in de tienerleeftijd, hebben samen een bakkerij. In hun woonplaats Kloetinge, een dorp in de gemeente Goes, is weinig te merken van oorlogsgeweld dat toch dicht in de buurt plaatsvindt. Hoewel: ‘Plotseling stonden er 3 heeren van de Gestapo voor ons. Eer we wisten wat er aan de hand was, waren we allen bij mekaar in het achterkamertje gedreven en begonnen de heeren hun werk. Terwijl 2 aan het zoeken gingen kwam er 1 naar mijn man en vroeg dreigend of hij een radio in huis had. Ze zochten overal. Van de kamer en alkoof naar de zolder, de kelder. Koffers, kisten, alles leeggehaald. Steeds zochten ze dichtbij een kast waar 3 radio’s in verborgen waren. Men stond aan de deur te rammelen om brood. Met gebaren riep onze dochter dat ze nog maar eens terug moesten komen.’ Over de bevrijding: ‘Na de groote blijdschap opnieuw groote moeilijkheden. Alles door de moffen geruïneerd of gestolen. Water, elektries of gas was er niet. Kolen evenmin, de Novembermaand was begonnen en daarmee het begin van een winter, die menigeen nog lang zal heugen. Wat de huisvrouw zuchtte voor haar kachel, deden bakkers voor hun ovens.’ Uitgerekend na de vroege bevrijding van Zeeland volgt op 27 februari 1945 ‘onze zwartste bladzij in de oorlog. Mijn broers waren aan het vissen op de Oosterschelde, toen er een V1 op hun afkwam en achter het scheepje terecht kwam. De volgende dag vonden mijn andere broers de zwaar verminkte lijken van mijn oudste en jongste broer en de knecht. We waren zoo blij dat we allen zoo gespaard waren gebleven en nu nog 2 broers tegelijk.’<br/>
- Regt, C. de ()
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-1989
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer






