
Golberdinge, H.J. van
Verslag van H.J. van Golberdinge over een per fiets afgelegde hongertocht tijdens de Hongerwinter, die hem naar plaatsen in Overijssel, Gelderland en Utrecht voert. Het op 11 augustus 1945 geschreven verslag is in de vorm van een brief, gericht aan de familie van de auteur. Daarin wordt uitgebreid stilgestaan bij de vele onderweg meegemaakte ontberingen: ‘Er was een storm komen opzetten, en in het kleine bootje van den veerman was het niet zonder risico om de overkant te bereiken, want we waren met z’n achten op de boot, allen bepakt en bezakt, en op de kant stonden nog wel een dertig mensen, om ook overgezet te worden. Na nog door een mof op wapens te zijn onderzocht, aanvaardden we de gevaarlijke reis, maar kwamen toch zonder kleerscheuren aan de overzijde. De grootste ellende was echter om tegen de hoge dijk van de IJssel op te komen met zo’n vracht. Tot driemaal toe gleden we van de glibberende dijk naar beneden in het stikdonker.’ Na een moeizame overnachting op een boerderij komt Van Golberdinge de volgende avond aan in de provincie Utrecht: ‘In Bunschoten was ik totaal doorweekt, evenals mijn kostbare rogge. Ik moest echter doorhalen om mijn einddoel Amsterdam te bereiken. Even buiten Bunschoten en later op weg naar Baarn brak mijn vooras, sprong m’n band, knapte het voorspatbord af. Het was inmiddels noodweer geworden. Toen moest ik verder te voet naar Baarn, waar ik een tante heb wonen. Na mijn fiets met veel moeite gemaakt te hebben, trok ik verder met storm en regen naar Amsterdam, waar ik ’s avonds om negen uur totaal uitgeput arriveerde. Ook al door het ontbreken van voldoende en krachtig voedsel was ik de eerste maanden niet meer in staat om mijn werk te doen.’
- Golberdinge, H.J. van
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-1971
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer



