
Lint, J. van
Dagboek van Jan van Lint (Rotterdam, 1 februari 1905 - 20 mei 2003), slachtoffer van de razzia van Rotterdam op 10 en 11 november 1944, waarbij ongeveer 52.000 van de 70.000 mannen tussen 17 en 40 jaar uit die stad en Schiedam worden weggevoerd om in Duitsland te gaan werken in de oorlogsindustrie. Dit nauwgezette dagboek, over de periode november 1944 - april 1945, is bijgehouden in een ouderwets notitieboek in smal folioformaat. ‘Een dag die mij ook nog lang zal heugen, omdat ik ook bij de gedeporteerde uit R’dam naar Duitschland behoorde,’ zo beschrijft de Rotterdammer die inktzwarte zaterdag 11 november 1944. ‘Nadat ik om 12 uur aan tafel was gegaan om te eten werd er om vijf voor half één gebeld en kwamen 2 militairen naar boven, en kreeg ik de sommatie mij direct aan te kleeden en mee te gaan. Kleeren hoefde ik niet mee te nemen, alleen één of twee dekens, met wat eten voor één dag, want ik ging voor een week of 14 dagen arbeiden aan de IJsellinie, dus trok ik mijn oudste goed aan wat ik had, ook wat betreft mijn schoenen, en nadat ik afscheid had genomen van vrouw en kind, stond ik om 5 over half één al buiten (want het moest snel gaan van de heren).’ Jan wordt niet aan de IJssellinie tewerkgesteld, maar in Duitsland. Hij is ook niet binnen één of twee weken terug, maar pas halverwege april 1945: Bijna thuisgekomen in de Rotterdamse Van der Sluysstraat ‘kwam mijn vrouw mij tegemoed op de fiets, en hoe dat weerzien was, hoef ik niet nader te omschrijven.’
- Lint, J. van
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-2404
- Razzia's
- Dwangarbeid
- Tewerkstelling
- Oorlogsindustrie
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer





