
Boekema, J.
‘Half negen vanmorgen de stroom eraf, voorgoed tot na de Krieg. Hebben de hele avond bij een petroleumlampje gezeten. Horen nu ook geen berichten meer. Hebben wat shag van oom Minne gekregen, de vloeitjes zijn haast op,’ aldus Jaap Boekema (1920-1993) eind 1944 in zijn dagboek over de laatste maanden van de oorlog. ‘In Holland veel kindersterfte, omdat daar geen melk is. Er zijn 40 schepen met aardappelen naar Holland. Op Texel is geen man meer aanwezig van 17 tot 35 jaar, allen naar Assen.’ Jaap, oudste zoon in een groot gezin in de Friese stad Bolsward en werknemer bij zuivelfabriek NV Holland, heeft sinds kort verkering: ‘Om 3.30 staan we op het ijs achter het tramstation. Al het land is daar één ijsveld. We hebben heerlijk geschaatst tot half zeven. Magda en ik zijn aan elkaar gewend.’ Daarbij musiceert hij graag en veel: ‘Vanmiddag zijn Bernhard en ik naar Ids geweest met onze Guitaar om samen te oefenen met de viool. Soms klonk het goed, soms kattengejank.’ Op 5 mei 1945 komt zijn muzikaliteit uitstekend van pas: ‘Om 7 uur moesten we op de schaftzaal van de Hollandia aanwezig zijn met de hoorn, het Hollandia-corps en het Stedelijk corps om te oefenen, het ging best. Om acht uur optocht met 3 corpsen, we bliezen om de beurt.’ Op een avond komt hij met Magda in een euforische feeststemming thuis: ‘Pas om half één, en troffen Moeder huilend. Marietje was er erg aan toe: haar handjes waren ijskoud, ze had een vreemde schittering in haar ogen, maar we dachten, ,,Het gaat wel weer over’’.’ De volgende dag komt de dokter. ‘Toen ik om 12 uur naar huis liep, kwam ik Vader tegen, hij vertelde dat Marietje vanmorgen was overleden.’ Onduidelijk is of het hier een zusje of een nichtje betreft.
- Boekema, J.
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-2310
- Hongerwinter
- Bevrijding
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer









