
Ernst en Luim (Prullenbundeltje)
Wiebe Blaak (Valthermond 1869 - Emmer-Erfscheidenveen 1953) woont gedurende de jaren 1944 en 1945 in Emmer-Compascuum, een dorp gelegen in de gemeente Emmen. De Drentse boer, die een gezin heeft, schrijft verzen die veelal betrekking hebben op het plattelandsleven ten tijde van de Duitse bezetting. Indirect vormen de gedichten een verslag. <br/>Gedurende de bezetting blijft de dichter liever anoniem:<br/>‘Ik schrijf het op voor mijn plezier.<br/>En vraag je, wie ik ben.<br/>Mijn ware naam raakt jou geen sier,<br/>Voor jou ben ik… N.N.’<br/>In de Hongerwinter schrijft Blaak de volgende treffende regels over Drenthe:<br/>‘Wanneer men ’t eertijds, in de stad,<br/>Soms over ’t arme Drenthe had,<br/>Dan zei men, Drenthe is een gat,<br/>Waar ‘k voor geen geld ter wereld zat.<br/>Maar, nu de steedling, suf en mat,<br/>Van honger rilt, als na een bad,<br/>Nu zucht hij, Drenthe is een schat,<br/>Ik wou, dat ik in Drenthe zat.'
- Blaak, W.
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-1922
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer






