
Genezers op de koloniale markt : inheemse dokters en vroedvrouwen in Nederlandsch Oost-Indië, 1850-1915
Dit proefschrift werpt een nieuw licht op zowel de Europese als de inheemse gezondheidszorg en haar beoefenaars in de periode 1850-1915. In 1851 richtte de koloniale regering in Batavia twee opleidingen op: een doktersschool voor Javaanse jongens en een vroedvrouwenschool voor Javaanse meisjes. De inheemse bevolking was echter niet bereid gebruik te maken van de diensten van de afgestudeerden. De inheemse dokters bleken toch inzetbaar als vaccinateur en als hulpgeneesheer. De vroedvrouwenschool werd daarentegen in 1875 gesloten. Toen de koloniale politiek rond 1900 aandacht begon te krijgen voor het welzijn van de inheemse bevolking, ontstond behoefte aan artsen. Meer inheemse jongemannen kregen een betere medische opleiding en gingen als zelfstandige artsen werken. Deze verandering leverde spanningen op: lang niet iedereen accepteerde inheemse artsen als collega's van een Nederlandse arts. Met een samenvatting in het Engels. Auteursnaam op omslag: Liesbeth Hesselink. 431 p. : ill. ; 24 cm.
- Hesselink, Liesbeth (Elisabeth Quirine), 1943-
- NIOD Bibliotheek
- Text
- ocn312395379
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer



