Meijer Emmerik: Mijn belevenissen
Meijer Emmerik (1894-1978), bemiddeld diamantair uit Amsterdam, schrijft op zijn onderduikadres in Beringe, gemeente Peel en Maas in Limburg, in een inleiding van zijn dagboek: 'Van 1940 tot 1943 is ons Joden gebleken dat alles wat ons hier in Nederland, aangaande de Jodenvervolging in Duitschland, uit pers en geschriften bekend was geworden, nog veel erger was, dan het beschreven is, en wat voor velen in Nederland voor gruwellectuur werd gehouden, bleek in de verte verste nog niet weer te geven, hetgeen Duitschland met ons Joden hier in Nederland heeft klaargespeeld.' Het is nazomer 1943. Een kleinzoon van de dagboekschrijver, Max, is ondergedoken bij een familie in Amsterdam en heeft TBC. Eerder dat jaar is de vader van de peuter weggehaald. Zijn elders ondergedoken moeder kan hem niet komen bezoeken. Op 7 september 1943, zijn tweede verjaardag, komt alleen zijn oma, Vogeltje Emmerik, langs. Door op het onderduikadres te blijven overnachten neemt de vrouw teveel risico. 's Ochtends bellen mannen van de Colonne Henneicke aan. Vogeltje wordt naar de Hollandse Schouwburg gebracht en haar kleinzoon naar de daartegenover gelegen crèche in de Plantage Middenlaan. Veertien dagen later weet een vriendin van zijn moeder Lena het kind daar weg te halen. Apart van elkaar overleven moeder en zoon in onderduik de oorlog. Vogeltje overlijdt op 24 september 1943 in Auschwitz. In dit zeer indringende dagboek, dat van 17 september 1943 tot 11 januari 1945 loopt, schrijft Emmerik weinig over zijn echtgenote, van wie hij niet weet hoe het haar vergaan is, al heeft hij natuurlijk zijn vermoedens. Op 10 januari 1944 schrijft hij: 'Vannacht twaalf uur op bed gelegen zonder ook maar één minuut te hebben geslapen. Ik kan maar niet over het verlies van mijn vrouw heenkomen. Ofschoon de menschen hier buitengewoon goed voor mij zijn, voel ik mij ontzettend eenzaam.' Meijer Emmerik (1894-1978), bemiddeld diamantair uit Amsterdam, schrijft op zijn onderduikadres in Beringe, gemeente Peel en Maas in Limburg, in een inleiding van zijn dagboek: 'Van 1940 tot 1943 is ons Joden gebleken dat alles wat ons hier in Nederland, aangaande de Jodenvervolging in Duitschland, uit pers en geschriften bekend was geworden, nog veel erger was, dan het beschreven is, en wat voor velen in Nederland voor gruwellectuur werd gehouden, bleek in de verte verste nog niet weer te geven, hetgeen Duitschland met ons Joden hier in Nederland heeft klaargespeeld.' Het is nazomer 1943. Een kleinzoon van de dagboekschrijver, Max, is ondergedoken bij een familie in Amsterdam en heeft TBC. Eerder dat jaar is de vader van de peuter weggehaald. Zijn elders ondergedoken moeder kan hem niet komen bezoeken. Op 7 september 1943, zijn tweede verjaardag, komt alleen zijn oma, Vogeltje Emmerik, langs. Door op het onderduikadres te blijven overnachten neemt de vrouw teveel risico. 's Ochtends bellen mannen van de Colonne Henneicke aan. Vogeltje wordt naar de Hollandse Schouwburg gebracht en haar kleinzoon naar de daartegenover gelegen crèche in de Plantage Middenlaan. Veertien dagen later weet een vriendin van zijn moeder Lena het kind daar weg te halen. Apart van elkaar overleven moeder en zoon in onderduik de oorlog. Vogeltje overlijdt op 24 september 1943 in Auschwitz. In dit zeer indringende dagboek, dat van 17 september 1943 tot 11 januari 1945 loopt, schrijft Emmerik weinig over zijn echtgenote, van wie hij niet weet hoe het haar vergaan is, al heeft hij natuurlijk zijn vermoedens. Op 10 januari 1944 schrijft hij: 'Vannacht twaalf uur op bed gelegen zonder ook maar één minuut te hebben geslapen. Ik kan maar niet over het verlies van mijn vrouw heenkomen. Ofschoon de menschen hier buitengewoon goed voor mij zijn, voel ik mij ontzettend eenzaam.' Het verslag, dat vooraf gaat aan het dagboek en als inleiding dient, moet zijn geschreven in de zomermaanden van 1943. Lees meer over het dagboek in "Ontheemd in eigen land- Deel 8: De eenzame onderduik van Meijer Emmerik", Nieuwsbericht 20 februari 2017 .
- Collectie 244: Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek (losse vellen)
- 1966
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer