Gerrit Krooshof: De laatste loodjes (1) en Na de bevrijding (2)
De auteur is schoolhoofd in Alphen van een gecombineerde lagere en middelbare school, is getrouwd en heeft 3 jonge kinderen. Het is oktober 1944. Als hij veel Engelse vliegtuigen over ziet komen wordt zijn hoop op de bevrijding groter. Tegen de etenstijden is er gas om te koken, 's avonds is er elektra. Bij de bakker laten ze in de oven de aardappelschillen drogen. Hun fietsen hebben ze verstopt en de radio is ingeleverd. Hijzelf gaat op voedseltocht door de Haarlemmermeer. De Duitsers stelen voedsel en kleren. Eind oktober wordt het kouder, ze verstoken meer hout, maar er staan in de tuin gelukkig veel bomen. Ze kunnen nog aardappels en graan kopen en hij vindt het eten van de Centrale Keuken wel redelijk. In Rotterdam is een razzia. Eind november is er geen gas of elektra meer 's avonds en zitten ze bij een petroleumlamp. De ulo krijgt overdag soms vrij om huiswerk te maken. Met hun eigen "zakketeltje", dat ze in de kachel hangen, wordt gekookt. Vaak vertelt hij over het weer. Er is een fietsenvordering in het dorp. Hij verstopt zich op de zolder van de school bij razzia's. De kinderen krijgen op school extra eten met de hulp van boeren. Eind december leven ze op geruchten, het illegale krantje de Kroniek verschijnt nog maar af en toe. Ze horen over de honger in de grote steden. Zij kunnen nog steeds eten kopen in kleine hoeveelheden, al zijn het soms wel suikerbieten. Soms krijgen ze wat van mensen. Iedere gift of koop wordt nu vermeld. Er worden aanplakbiljetten aangeplakt voor de arbeidsinzet. De maand januari is koud met sneeuw. Van bollenpulp wordt koeken gebakken. Hij ruilt bij de boer fietsbanden tegen aardappels, bonen en tarwe. Ze hebben tijdelijk stroom, op aanvraag gekregen vanwege "ziekte". De auteur is schoolhoofd in Alphen van een gecombineerde lagere en middelbare school, is getrouwd en heeft 3 jonge kinderen. Het is oktober 1944. Als hij veel Engelse vliegtuigen over ziet komen wordt zijn hoop op de bevrijding groter. Tegen de etenstijden is er gas om te koken, 's avonds is er elektra. Bij de bakker laten ze in de oven de aardappelschillen drogen. Hun fietsen hebben ze verstopt en de radio is ingeleverd. Hijzelf gaat op voedseltocht door de Haarlemmermeer. De Duitsers stelen voedsel en kleren. Eind oktober wordt het kouder, ze verstoken meer hout, maar er staan in de tuin gelukkig veel bomen. Ze kunnen nog aardappels en graan kopen en hij vindt het eten van de Centrale Keuken wel redelijk. In Rotterdam is een razzia. Eind november is er geen gas of elektra meer 's avonds en zitten ze bij een petroleumlamp. De ulo krijgt overdag soms vrij om huiswerk te maken. Met hun eigen "zakketeltje", dat ze in de kachel hangen, wordt gekookt. Vaak vertelt hij over het weer. Er is een fietsenvordering in het dorp. Hij verstopt zich op de zolder van de school bij razzia's. De kinderen krijgen op school extra eten met de hulp van boeren. Eind december leven ze op geruchten, het illegale krantje de Kroniek verschijnt nog maar af en toe. Ze horen over de honger in de grote steden. Zij kunnen nog steeds eten kopen in kleine hoeveelheden, al zijn het soms wel suikerbieten. Soms krijgen ze wat van mensen. Iedere gift of koop wordt nu vermeld. Er worden aanplakbiljetten aangeplakt voor de arbeidsinzet. De maand januari is koud met sneeuw. Van bollenpulp wordt koeken gebakken. Hij ruilt bij de boer fietsbanden tegen aardappels, bonen en tarwe. Ze hebben tijdelijk stroom, op aanvraag gekregen vanwege "ziekte". De computeruitdraai is verzorgd en van illustraties voorzien door de schoondochter van de auteur Jannie Jrooshof-Paardekooper
- Collectie 244: Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboeken (2) met bijlagen (2 cahiers met handgeschreven tekst (1en 2) en computeruitdraai met originele tekst van de oude dagboeken, voorzien van een inleiding (3))
- 1527
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer